Tropenjaren – proza

Als ik uit het raam kijk, de wolken zie, de regen zie striemen tegen het raam, voelen de dagen die ik niet buiten ben geweest nog zwaarder aan.
Zolang ik koortsig de bacterien uit mijn lichaam wasem, het laken en al wat ik draag klam wordt en ik daar niets van merk, is ook mijn afwezigheid voor mij zelf onopgemerkt.
Maar dan zomaar ineens, ben ik wakker en aan een mok hete thee toe.
Wonder boven wonder wordt mijn wens vervuld.
Ik mompel dank je, je bent lief tegen de rug die de deur achter zich sluit en als ik dan uit het raam kijk zie ik nog steeds wolken.
Andere wolken dan die van een halve dag geleden.
In het palet waarop de kleuren pastel zich verdringen en beweging vooral de hoofdmoot voert zie ik opnieuw de rug van de  hete theeschenker.
De rug is minder breed, slanker rond de heupen en de spieren lijken te zwieren in hun ongedurigheid.
Het is een rug die ik niet vaak zie.
De voorkant van de man weigert zich om te draaien, bang iets te missen. Dat hoeft hij niet, want de tijd staat stil in dit vacuum van ademloosheid.

8 thoughts on “Tropenjaren – proza

  1. En jij dacht dat ademloosheid proza was!? En dat mannen zich prozaïsch zomaar om zouden keren?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s