Smulpartij – keien om op te kauwen

:::::

Draden verbinden alles

doorbijten
ze zeiden
“even doorbijten,
het went
met de tijd”
dus ze beet door
elke dag weer
maar ze wist
het went nooit
niet echt

:::::::::::::::::::::::::::::::::::::::::::::::::

Ramirezi

Halverwege de klim naar het uitzicht vanaf de Preikestolen over de Lysefjord zag ik ‘m liggen; een kei in de vorm van een ei, rood met paarse aderen en vele glimmende stukjes mica erin. Zo glad alsof hij gepolijst was, van een pracht die me meteen deed beseffen dat dit eigenlijk niet kon. Iedere dag klimmen er immers mensen over dezelfde route omhoog, waarom zou deze steen nooit door iemand zijn meegenomen? Liepen de mensen die honderd meter boven mij klommen soms met hun ogen in de zakken? Veel langer dacht ik er toen niet over na, mijn dag was goed met deze mooie gratis souvenir. Hij hoefde niet in mijn rugzak, want hij was op maat gemaakt voor mijn hand. Twee weken later lag ‘my precious’ thuis in de glazen vitrine, de eerste zwerfkei tussen fossielen afkomstig van allerlei andere reizen.

In het zuiden van Jutland, ver weg van de Deense hoofdstad Kopenhagen werd in de tiende eeuw  een formatie van zwerfkeien met twee runenstenen neergezet. Gorm de Oude werd daaronder begraven. In 1998 openden twee archeologen dit graf, dat zoveel eeuwen gesloten was gebleven. Het skelet van Gorm was nog goed te herkennen. Het bleek dat hij was begraven met in zijn rechterhand een glimmende rode kei in de vorm van een ei. Rood met paarse aderen en vele glimmende stukjes mica erin. De kei paste precies in zijn nog slechts uit botjes bestaande hand. Het liep niet goed af – de opvallende kei was plotseling verdwenen en de beide archeologen beschuldigden elkaar van diefstal. Twee vrienden zouden vijanden voor het leven worden.

Er is iets met mijn kei. Hij ligt niet altijd in de vitrine. Mijn kinderen en vrouw weten dat zij niet zomaar zaken uit mijn vitrine mogen halen. En toch is hij er soms niet. Misschien is mijn kei mooi voor één mens, en verblijft hij als hij er niet is bij een ander. Ik twijfel of ik het allemaal wel goed zie. Misschien droom ik het maar. In ieder geval heb ik het er met niemand over.

Op een klein eiland in het oosten van het meer de Tyrifjord is een grote groep jongeren bijeen. Een jonge blonde vrouw loopt richting het centrale veld. In haar handtas zit een eivormige rode kei. Het is een opvallende kei, met glimmende stukjes mica, die zij al jaren als een talisman bij zich draagt. Dan roept er iemand; de groep moet zich verzamelen. Degene die roept is een agent. Zodra ze hem ziet voelt ze dat er iets niet klopt. Zijn ogen staan vreemd. Ze voelt zich ineens heel zenuwachtig. De lachende jongeren om haar heen hebben niets in de gaten. Hun vrolijke geluiden lijken ineens ver weg. Plotseling richt de agent de loop van zijn wapen richting de menigte. Waarom doet niemand iets? Denken ze soms dat het een grap is? Ze blijft hem aankijken terwijl haar hand vertwijfeld door haar tas woelt. De agent heeft haar in de gaten en draait zich schijnbaar in slow motion naar haar toe. De loop van zijn wapen draait mee. Dan heeft zij eindelijk de kei in haar hand, haar steun door dik en dun. Met alle kracht die zij in zich heeft werpt ze hem richting het hoofd van de agent.

Mijn vrouw komt opgeschrikt door een enorm lawaai naar boven gerend. Ze ziet mij staan tussen een uit elkaar gespatte vitrine. De kamer is een scherpe zee van glas. ‘Wat is er gebeurd?’, vraagt ze. ‘Iets vreselijks’, zeg ik.

De kei is terug.

::::::::::::::::::::::::::::::::::::::::::::::::

Ina Dijstelberge

::::::::::::::::::::::::::::::::::::::::

Annet Lemaire

De zwerfkei is nog een zandkorrel in m’n oog. Het waait hier altijd. Het lijkt Rotterdam wel.
Met hier bedoel ik Stadskanaal.
Knoal zeggen ze hier.
En het ziekenhuis heet zeikenhous.
De lekkerste banketbakker van Nederland zit hier.
Bakker Blom, kom er maar eens om:)
Ook een blinkend schone viswinkel. Vishandel Boels.
En nog veel meer: een Theater – Theater Geert Teis.
Een bioscoop: Smokey. Ooit uitgeroepen tot mooiste bioscoop van Nederland.
En dan vergeet ik natuurlijk van alles. Bij voorbaat excuses.
Altijd die zandkorrel in m’n oog.

Op weg naar huis krijg ik last van hoofpijn.
De zandkorrel is zich gaan slijpen.
M’n hoofd verhardt zich.
De pijn is bijna niet te harden.

Ik rol de auto uit. Like a rolling stone.
Ik ga meteen liggen.
Hier voel ik me thuis
Gieterveen Drenthe.
Hier werd ik eerder geboren.
Hier mag ik mezelf zijn.
Me toevertrouwen aan de aarde.
Hier ben ik zwerfkei.
Ik laat me graag begroeien.

foto: Stadskanaal – Eurobrug – Jan Geertsema ©

foto: bemost poesje Annet ©

tekst: Annet ©

:::::::::::::::::::::::::::::::::::::::::

Aline

Daar was het geluid alweer, ze schrok er van. Waar kon dit nare geluid toch vandaan komen? Het leek wel alsof er een bulldozer door de stad heen scheurde. Maar als ze naar buiten keek dan zag ze helemaal niets. En zo ging het al dagen, geen idee wat het geluid was, geen idee waarom ze het hoorde. Ze had de buren zelfs al aangesproken, en allemaal hadden ze het geluid gehoord. Op zich maakte haar dat blij, want dat betekende namelijk dat ze niet gek aan het worden was. Of dingen hoorden die er niet waren. Nu kan je denken wat naïef, maar aangezien ze haar moeder op jonge leeftijd naar het krankzinnigengesticht, hadden moeten afvoeren, omdat zij stemmen en geluiden hoorde die er niet waren. Was Angela meestal erg voorzichtig, wanneer ze dingen niet gelijk thuis kon brengen.

Geestesziekten kunnen voor een groot deel erfelijk zijn, dus toen ze de geluiden vorige maand voor het eerst hoorde was ze niet blij. En toen ze, deze dagelijks begon te horen, werd ze echt bang, maar nu voelde ze een opluchting, ze was niet gek aan het worden. Iedereen hoorde het geluid. Alleen wat ze nu precies hoorden, dat wisten ze niet, iedereen hoorde er namelijk wat anders in. En zo waren er gelijk al vele theorieën. Ze besloot dat ze gewapend met een pen en een blocnote, al deze bevindingen moest gaan bij houden. De tijden waarop ze het geluid hoorde, wat voor geluid iedereen dacht dat het was. Een soort speurtocht, om van deze nachtmerrie verlost te worden.

Na weer een aantal slapeloze nachten, en een blocnote vol aantekeningen. Kwam ze er achter dat nog niemand echt gezien had, waar het geluid vandaan kwam, of wat het geluid maakte. Wel kon ze inmiddels opmerken dat het geluid  steeds in het midden van de nacht, wanneer iedereen lag te slapen, daar was. Als of het gene wat dit geluid maakte, wist dat ze net allemaal net naar dromenland waren. Of het bewust bezig was hun wakker te maken, en een slechte nachtrust te geven. Wat het was, daar liepen de meningen nogal over uit, een bulldozer, een truck, onweer, een drumband en liep het aantal theorieën aardig op. Het werd echt tijd om er achter te komen waar dit geluid vandaan kwam en wie er achter zat.

Na heel wat uren gezocht te hebben op het internet, stuitte ze op het verhaal van de Gesloten Steen, ofwel de Duivelssteen. De sage vertelde over een duivel die iedere nacht een enorme kei  door de stad rolde, en zo de hele stad wakker hield. De oplossing stond er ook bij, men had de zwerfkei met een zware ketting vast gelegd. Daardoor had de duivel geen kans gekregen om de stedelingen wakker te maken. Na het lezen van dit volksverhaal, besloot ze de buren erbij te halen. Ze wist dat het te raar voor woorden was, maar ergens moest dus een zwerfkei liggen en deze was er de oorzaak van, dat zij al weken niet geslapen hadden. Angela werd zenuwachtig, over een paar minuten zouden alle buren verzameld zijn, en moest zij haar ontdekking gaan delen.

Het delen van haar verhaal ging makkelijker dan ze dacht, ze kreeg namelijk bijval uit onverwachtte hoek. Een buurman, was zelf ook al dagen bezig met het zoeken naar een verklaring, ook hij had het verhaal over de duivel en zijn steen gelezen. Hij had het echter af gedaan als een leuke fabel. En er verder geen aandacht aan geschonken. Maar er was gewoon geen andere, logischere verklaring te vinden. En het geluid van een rollende steen, daar bleken meer mensen zich in te kunnen vinden. Kortom al snel stonden alle neuzen dezelfde kant op, en werd er naar een oplossing gezocht. Want als dit inderdaad was waar ze last van hadden, dan moest er ergens een kei liggen, een zwerfkei. Besloten werd dat iedereen morgen, op moest letten of ze ergens een grote kei zagen liggen. Eentje die groot genoeg was, om zoveel geluid te veroorzaken. Dan konden ze daarna met zijn allen deze steen voor eens en voor altijd aan banden leggen.

::::::::::::::::::::::::::::::::::::::

Goin’ for broke

Er ligt een kei in mijn tuin. Wat zeg ik: er liggen een heleboel keien in mijn tuin. Sommige zijn glad en kaal. Andere zijn ruw en met mos begroeid. Enkele zijn nauwelijks te zien omdat allerlei planten zich niets van zo’n sta (of lig) in de weg aantrekken en er gewoon overheen groeien.

Soms denk ik ineens: “als die keien konden praten, wat zouden ze dan allemaal te vertellen hebben?”. Sommige misschien niet zoveel: hun herinnering reikt wellicht niet veel verder dan een paar jaar. Vanaf het moment dat ze met bruut geweld uit hun eeuwige slaap werden gewekt in een of andere steengroeve.

Andere hebben echter al een lang leven achter zich. En een lange reis, gedragen door sneeuw en ijs. Tienduizenden jaren geleden waren ze al onderweg. Voortgestuwd door krachten die eeuwig leken maar uiteindelijk toch tot bedaren kwamen om ze een nieuwe rustplaats te geven in een land ver van hun oorsprong.

En nu hebben ze een volgende rustplaats gevonden in mijn achtertuin. Ze vormen een zonnebank voor vlinders die zich er op zetten om zich op te warmen in de zon. Een uitvalsbasis voor libellen die, er op gezeten, hun kopjes ronddraaiend, kijkend naar de lucht, op zoek zijn naar dat vliegje dat hun volgende maaltijd zal worden. Of ze worden gebruikt als smidse door een merel die er de slakkenhuizen kraakt.

Ook de rustplaats in mijn tuin is geen blijvende. Als ze weer eens totaal overgroeid dreigen te raken worden ze opgetild en naar een meer open plekje gebracht. Mijn tuin is evenmin eeuwig: ooit zullen ze weer aan het zwerven slaan en een nieuw hoofdstuk aan hun verhaal toevoegen.

Het zijn echte zwerfkeien.

:::::::::::::::::::::::::::::::::::::::::::::

Artafterallart

De melkwitte traan blijkt niet uit een oog te komen. Het is een druppel uit de vermomming van Bjorn. Om zijn nieuwe vrienden te verrassen heeft hij uit een zwerfkei een transseksuele mini- melkbar gezaagd, die hij met een stang in dezelfde kleur onder hun schedeldak kan laten dansen. Daar zullen ze van opkijken, denkt hij giechelend van de voorpret als hij de zaagsneden zo glad mogelijk wegschuurt en het geheel polijst tot het levensecht lijkt.

Onder het zingen van ‘Doe je ogen dicht en hou je adem in, dan zul je iets prachtigs zien’ laat Bjorn zijn sculptuur door de kruin van zijn gastheren zakken. Hij vergeet echter te zeggen dat ze weer mogen kijken. ‘Hier ben ik dan’, roept hij juichend. Het rode en het blauwe ik kijken er niet van op. Doordat ze zolang al elkaar hebben wakker gehouden, zijn ze na Bjorns opdracht in slaap gesukkeld en dromen van het land van naar honing smakende melk.

Hoe Bjorn ook maar met de gebeeldhouwde zwerfkei op en neer danst voor het projectieveld (het visuele systeem) in het achterhoofd (de occipitale cortex), hij hoort slechts hun ademhaling die zwaarder wordt naarmate hij de kei dieper inbrengt. Het visuele systeem laat geen buitenstaanders toe, waardoor Bjorn niet kan merken dat het wel degelijk effect op hen heeft waar hij ze mee wil verrassen.

Oude herinneringen aan hun babyjaren wisselen de beide ikken aan elkaar uit, gemengd met hun voorstellingen van het beloofde land en de fantasiebeelden van hun samenleving aldaar, die hen voor ogen staat. De gedroomde inbeelding en Bjorn’s fysieke inbeelding van de gebeeldhouwde zwerfkei dreigen op elkaar te botsen. Het rode ik waarschuwt het blauwe dat er een vreemde meteoriet in de lucht hangt. Van angst knijpen ze nog harder hun ogen dicht en doen een belangrijke ontdekking.

De beelden in je droom worden door het projectieveld teruggekaatst naar je eigen ogen. Het visuele systeem is geen eenvoudige filmprojector maar een spiegelreflexcamera, die het filmmateriaal haalt uit gebeurtenissen in je hersenen. Het blauwe ik wil daar zeker van zijn en opent tijdens zijn diepe slaap de ogen. Tot zijn verbazing en tegelijk genoegen ziet hij de vleesgeworden zwerfkei voor zijn neus op en neer dansen. ‘Man, kijk eens wat er in ons hoofd rondzwerft’, fluistert hij het rode ik in het oor, ‘ons uitstekende onderlichaam met tieten als heupen’.

Het rode ik is meteen wakker in zijn droom en roept luid: ‘Bjorn, ben jij dat? Man, wat een verrassing. Het is om te gillen. Hoe heb je dat in godsnaam voor elkaar gekregen? Het lijkt net echt! Bjorn kan hem echter niet horen. Hij is even weggegaan om een vingercamera te zoeken waarmee hij via een gaatje in de stang bij hen naar binnen kan kijken. De transseksuele zwerfkei heeft hij vastgemaakt met een vlechtwerk uit de langste nekharen van hun huis van vlees.

Het beeld van de mini-melkbar en dat van het beloofde land passen zo perfect in elkaar, dat beide ikken erop door hallucineren in een dialoog over hun voorkeuren. Voor het eerst in hun bestaan als bewoners van de zolder van hun huis van vlees bekennen zij elkaar dat ze zich altijd al een vreemde hebben gevoeld in het mannenlichaam dat ze met elkaar delen.

Het rode ik droomde in zijn jeugd van het hebben van borsten en had een keer de bustehouder van zijn zus omgedaan, zijn sokken erin gepropt en zo zijn ouders verrast met de geslachtsverandering van hun jongste zoon. Het blauwe mij bekende dat hij, toen ze wat ouder waren, had gedroomd van een geslachtsorgaan dat je naar binnen kunt proppen voor een diepe vagina en kunt erecteren voor een lange fallus. Hij had dat op zijn kamertje uitgeprobeerd en het lukte hem om de slappe huid tussen het schaambeen te proppen, zodat het leek op een verfrommelde yoni.

‘Je hebt een binnenbeer’, had zijn broer geroepen toen hij hen in die positie voor de spiegel betrapte. ‘Oh ja’, herinnerde het rode ik zich, ‘dat is waar. Ik sc haamde me eerst diep, maar door de opengesperde ogen van onze broer die staarde naar ons kruis, kregen wij spontaan een stijve. Waardoor hij vuurrood werd en met een harde klap de deur dichtsloeg. Ik heb hem nog altijd heel hoog zitten, omdat hij het niet aan onze ouders heeft doorverteld.

Beide ikken dromen weg op die oude herinneringen en laten de mini-bar onaangeroerd in hun achterhoofd als een binnenluchtvrucht voor aap hangen.

(wordt vervolgd)

::::::::::::::::::::::::::::::::::::::

Jo Hendriks

findling is het duitse woord voor een steen die meer dan honderdduizend jaar geleden hier is neergelegd en die sindsdien de stad niet meer is uit geweest
erratiker hat petrus ihn gescholten
kind van vreemde rotsen
allochstone
gebruikt om grenzen aan te geven
zwerfkei
:::::::::::::::::::::::::::::::::
Assyke

Wil je iets over jezelf vertellen?
De leidster zat schuin tegenover haar, zo schuin dat ze haar alleen goed kon zien
als ze zich naar haar toe draaide. Alia, zo heette het mens, zag er nogal alternatief uit.
Al had ze de intake babbel bij haar gehad, ze was er nog niet uit of ze haar nu aardig  vond of niet. Iets in de wijze waarop ze haar haar droeg stond haar niet aan. Dat korte piekerige had ze net iets teveel gezien in dit kutwereldje.

Sinds de leidster de vraag had gesteld was het stil. Heel stil. Niemand zei iets. Af en toe zag ze vanuit haar ooghoeken een been, dat geruisloos bewoog, hoorde ze iemand zijn neus ophalen….maar dat was het. De stilte duurde voort en werd groter, zo groot dat ze dacht dat ze tegen het plafond uit een zou spatten.
Ze moest iets zeggen. Maar wat, verdomme? Haar naam, leeftijd, adres? En dan…wisten ze dan wie ze was? Terwijl ze probeerde een antwoord te formuleren op de schijnbaar eenvoudige vraag voorvoelde ze al dat dat haar niet ging lukken.
Dit moment, deze voorstelronde had ze net iets te vaak meegemaakt. Deze hip aangeklede verpleegkundige was ze te vaak tegengekomen in even zovele therapiesessies. Vrouwen, die dachten dat ze haar beter konden maken. Vrouwen, mannen soms, die echter wel wisten dat ze dat niet konden en haar en misschien zich zelf, voor de gek hielden.  Paratherapeuten waren het, kwakzalvers die op middeleeuwse wijze haar opensneden en deden of ze de kwaadaardige tumor uit haar  weerbarstige kop verwijderden.  Keer op keer had ze op de operatietafel gelegen. Zwervend van Paaz naar Paaz.

Maar de steen in haar kop hadden ze nooit verwijderd.

:::::::::::::::::::::::::::::::::::

Dianne

BEWEGEN, bij een steen

lopend langs de monding van de maas
laat ik mij liggen bij een steen
die in het water niet verdwijnt
maar ingebed het natte grondvlak houdt
de scherpe zijde slijt, gegroefd

ligt hij op de oever van mijn hand, ontdaan
van slijk en zand voor ik hem terug leg
in ondiep stromen

herhaalt zich de herinnering door een klein bewegen
voordat ze loslaat in het andere houvast: een mijmer
bij een steen

©ds

Advertenties

5 thoughts on “Smulpartij – keien om op te kauwen

  1. Het kan zijn dat er een steentje zich verstopt heeft,
    wil je me dan alsjeblieft attenderen, dan plaats ik hem alsnog

    de bijdragen zijn prachtig
    ze verdienen gezien en gelezen te worden

    klik op de linkjes om naar de sites van de deelnemers te gaan!

    dank u wel!

  2. Ik kan het verhaal van Dianne niet op haar site terug vinden… had haar foto graag wat groter gezien, en haar zelf verteld dat ik de tekst erg mooi vind… 😉

    En inderdaad mooie verzameling…

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s