Category Archives: blogspot

De zwijgende man in haar huis en andere verhalen

DagEnDauw

Hieros Gamos in het Kerkwijckpark,

of de fermentatio van de Wuitensbruid..

.

Zij lag daar ingebed in stilte
en wij zagen machteloos toe
hoe ook het vuur in haar verkilde
vervreemd en van het vechten moe.
Als stomme vogels aan haar beddeboorden
ons lied verstenend in de keel
besloten we met klaagakkoorden
maar deden verder niet zoveel

Geen mens weet wat die nacht gebeurde
noch wat de dromende ridder dacht
die langsdravend haar lakenplooien
bezaaide met zijn helende toverkracht
Neen, haar lied was nog niet uitgezongen
Vóór dag en dauw verrees zij naar aloud gebruik
en weerklinken sedert midzomernacht
opnieuw vreugdekreten uit haar buik

.

Opgedragen aan mijn geboortegrond
en aan degene die haar nieuw leven schonk…

:::

Artafterallart

De zwijgende man in het huis van Susan

De tuin waarin Susanna een bad nam gaat tegenwoordig nooit op slot. Op overspel staat allang geen doodstraf meer en voor ongewenste intimiteiten kent iedere volgebouwde kom een uitspanning voor jong en oud. De zwijgende man in haar huis is geen banneling, maar een schrijver die zijn stof haalt uit zijn escapades in het groene woud aan de rand van het stadscentrum.

Susanna bedrijft tegenwoordig liefde zonder vrees, zoals sexuologen zich dat voorstelden in de jaren vijftig bij een goed huwelijk. Ze propageert echter iemand te leren liefhebben, je lustgevoelens de vrije loop te laten voordat je gaat trouwen en organiseert daar cruises voor naar exotische eilanden. Haar Jojakim werkt zijn avonturen om in psychologisch verantwoorde literatuur als zij moe thuis komt van het rondstrooien van haar blijde boodschap.

In zijn boeken prijst hij doorgaans de ongeremde verbeelding aan als prikkel om sexueel genot te verdiepen, waarbij hij de lezer meevoert naar lusthoven zoals oude schilders zich het paradijs voorstelden of de bedorvenheid van de mens die naar de hel gaat. Susanna verkoopt ze op haar educatieve reizen als warme broodjes tot zij zijn laatste manuscript in handen krijgt.

De titel stuit haar onmiddelijk tegen de borst. Zonder angst is er geen liefde. Op de eerste bladzijde struikelt ze over zinnen als “Zonder angst voor de dodelijke blik van de ander is ware liefde onmogelijk.” en “Koester de vrees voor wie je liefhebt.” Jojakim de Zwijger wil aanvankelijk niets uitleggen. Ze moet het eerst maar eens lezen, voordat ze van leer trekt.

Uit ergernis leest ze hardop wat haar tegenstaat. “Als het object van de liefde niet gevreesd wordt, dan is het verlangen snel uitgeblust. De ander mag nooit een gemakkelijke prooi worden, waarvan je al snel genoeg krijgt. Hij of zij moet je de stuipen op het lijf kunnen blijven jagen. Zoals jij dat bij hem of haar moet blijven doen. Angst is de prikkel die je nodig hebt om je te laten beseffen dat er iets van levensbelang op het spel staat.”

De zwanenzang van de antieke Susanna in bad heeft Jojakim als motto gebruikt voor zijn eerste hoofdstuk. Mij is van alle kanten bang. Hij bespreekt er de verliefdheid in en de angst de ander te verliezen. Waar de oude S. wanhopig de hemel om verlossing vraagt uit haar dilemma de doodstraf noch door kuisheid noch door overspel te kunnen ontlopen, leest de moderne naamdraagster dat “angst het pak is dat je aantrekt als je geheel en al verlangen bent. Het verzwijgt je opgewonden staat voor de ander, die gevoelens oproept waarvan de beschaving voorschrijft dat je deze de baas bent. Iedere blik van de ander is voldoende om te krimpen tot een wezel vervuld van twijfel of de ander je wel leuk genoeg vindt, die meer dan jij zelf ziet wat je tekortkomingen zijn.”

“Voorbij goed en kwaad brengt angst oneindige verdiepingen aan voor een wolkenkrabber van liefde”, schrijft haar zwijgzame echtgenoot. “Zelfs als alles goed tussen elkaar lijkt te zijn, is het gezonder te twijfelen of we de liefde wel verdienen dan er ons niet het hoofd over te breken noch de buik erdoor van streek te voelen. In het maatschappelijk leven is kiezen noodzakelijk voor het scheppen van orde en structuur. Maar thuis horen je gedachten en gevoelens in strijd met elkaar te verkeren en je juist voortdurend onzeker te maken. Onkwetsbaarheid is taboe voor een moderne relatie en elkaar kunnen kwetsen een teken dat je echt van elkaar houdt.”

Susanna schrikt als ze leest dat angst een goede leermeester is, “omdat het het belangrijkste gevoel in je naar boven haalt, namelijk dat je nooit zeker van je zaak kunt zijn. We moeten angst niet interpreteren als iets dat slecht is en er zeker niet voor vluchten. Laat je angst jou de baas zijn en je nietig maken tegenover hetgeen je vervult van verlangen”, leest ze een paar keer om het te begrijpen. Het staat immers volledig haaks op haar boodschap elkaar onbevreesd lief te hebben.

“Waarvoor je bang bent, is juist dat wat je wilt, wat je verlangt en wat je niet zonder verwarrende gevoelens van iemand kan vragen alsof je slechts een vuurtje wilt. Als je zeker van je zaak zou zijn, dan is dat vuur eigenlijk al gedoofd.” Susanna gelooft haar ogen niet. Heeft haar Jojakim haar altijd bedrogen met zijn onwankelbaar geloof in haar? Of heeft zij nooit gemerkt hoe hij door twijfels verscheurd wordt. Ze vraagt het hem op de man af.

Jojakim aarzelt. Wat kan hij haar daar nou meer over vertellen dan wat hij geschreven heeft. “Lees het eerst maar eens uit”, houdt hij de boot af. Maar Susanna wil het uit zijn mond horen. “Welke angst verbergt je zwijgen?” “Dezelfde als jouw spreken”, antwoordt hij ontwijkend. “Oh, leg mij dat eens uit”, zet ze hem voor het blok. “Ok”, geeft hij aan haar vasthoudendheid toe, “ik zwijg om de angst voor afwijzing te verbergen zoals jij spreekt om de angst voor afwijzing de kop in te drukken.” “Waarom zou je bang zijn voor mijn afwijzing, we zijn toch getrouwd?”, verbaast Susanne zich oprecht. “Omdat ik mijn angst verzwijg”, mompelt Jojakim bijna onverstaanbaar.

“Hoe bedoel je schat?” fleemt Susanna nu, “Bedoel je dat je bang bent dat waar je specifiek naar verlangt afgewezen wordt?” “Nee”, omzeilt hij haar zachte verhoor, “ik bedoel eerder dat ik bang ben dat die angst een zelfbevestigende voorspelling wordt.” “Oh, dus je hebt liever niet dat ik ernaar vraag, want dan hoef je het niet te vertellen en kan het ook niet uitkomen”, concludeert ze bijna geruststellend. “Dat zou ik maar niet doen, inderdaad”, lacht hij ondeugend en laat haar in grote onzekerheid achter op weg naar zijn uitgever.

::::

.

Svara

Met de trein van 3 over 9

.

een peuter in mijn neus
likt
kauwt
kijkt

harige benen

vaders dollen met hun kroost en mama’s praten

kopt de metro

tegenpolen lijken toch wel op elkaar

even gezellig snuiven in de lift

gezien op de valreep
staand in vertraging
om dol van te worden

vrouwen praten
zich terug in de tijd
mijmer ik en lik
mijn eigen wonden
naar huis

.
©svara /2010

.

Schilderij: Alexy Kouchnarenko
Met dank aan Spuit 11 die dit schilderij voor mij uitzocht bij dit gedicht

.

::::::

Vluchten in je onderbroek

Assyke

Staar me niet zo aan, dacht hij korzelig. Heb je dan nooit een man gezien die zich moet krabben? Ha ha! Ik weet al hoe ik die grijns van jouw smoel kan vegen! Ik doe gewoon een stap in jouw richting…

En ja hoor, de vrouw draaide zich om en liep een stukje bij hem vandaan. Zo, opgeruimd staat netjes. Maar wanneer komt die klotebus nou?

Aaahhh, daar was hij al. Een verlengde trolley? Dat kwam goed uit. Hij overhandigde zijn verfomfaaide strippenkaart en liep snel door naar achteren. De kinderen zaten op school, het werkende deel der mensheid was inmiddels al gearriveerd op kantoor. De bus was dus aardig leeg.

Wacht even tot ie optrekt, anders lig je zo op je gat, grinnikte hij. Iiiieeeee. De deuren sloegen dicht en de bus begon te rijden. En terwijl Merlijn zich met één hand bleef krabben, trok hij met de andere zijn broek uit.

Wanneer was hij voor het laatst in bad geweest? Hij kon het zich niet meer herinneren. Zodra er weer plaats zou zijn in het Vraathuis, moest hij toch eens een keer voor zich zelf opkomen. Tenslotte had hij er even goed recht op als een ander.

Het zweet brak hem uit toen de broek met een plofje op de grond viel en hij in zijn onderbroek stond. Hij moest kijken, want dit kon zo niet langer…

Zijn rechterwijsvinger gleed tussen elastiek en huid, hij gluurde door de opening en zijn hart sloeg over. Het was weer raak…

Hij kneep zijn ogen dicht en trok in één ruk zijn grote gaten Hema onderbroek uit.
Met zijn rechtermouw veegde hij zijn benen schoon. De klus was geklaard.

Kokhalzend kroop Merlijn in het donkerste hoekje en gaf zich over.

Het vkblog, het lijkt alweer zo lang geleden

Wij hebben allemaal min of meer een archief, degenen die vanuit de vkcommunity elders zijn gaan bloggen,slepen ook nog eens een Vkblogarchief met zich mee. Toen het actueel was, had ik er buikpijn van, bang het te verliezen. Nu het gered is, kijk ik er nooit in.

Een blik vandaag op mijn statistieken maakte me nieuwsgierig. Iemand had gegoogled op tunnelvisie en was voor niets op mijn oude blog terechtgekomen, het plaatje dat wat mij betrof Tunnelvisie of kokerzien moest voorstellen, is tijdens de migratie niet meegekomen. Terwijl ik tot die conclusie kom lees ik de lange reactiedraad eronder door.Dat ging eigenlijk vanzelf, de  interactie in de reactiedraad was zo prikkelend dat ik onmiddelijk het sfeertje weer voelde van hoe dat toen ging. De betrokkenheid, die vaak iets schreeuwerigs had, was er toch maar.

Het zal vast aan mij liggen, maar dat almaar brandende vuur, was wel heel stimulerend. Ik weet nog dat ik alle dagen liep te broeien, dat ik het niet vond kunnen om meerdere blogjes op een dag te plaatsen. Dat ik het soms toch niet kon laten. Maar ik had het ene blogje nog niet geplaatst of er leek al weer iets anders over te koken.

Ik las dus die reactiedraad en voelde heimwee. Geen heimwee naar de reageerders specifiek, maar heimwee naar die mystieke verbondenheid, die soms zo verschrikkelijk benauwend was , maar meestal ook geweldig inspirerend.

Mis ik de ruzies, de hetzes, de persoonlijke vetes? Nee…Natuurlijk niet. Maar ze waren wel een teken dat het persoonlijk was. En dat was toch wel heel bijzonder.

Ik ga de komende stormachtige dagen dan ook heel  toepasselijk genieten van de ouwe koeien uit mijn archief. Het is dat ik geen wijn drink, anders schonk ik mezelf een goed jaar in.

Tegen de onbeschoftheid van Geert Wilders!

Lang zijn we met zijn allen stil geweest. Bang waren we of murw of we dachten het waait wel over.

Ondertussen had een Volksdemagoog volledige speelruimte en was er geen enkele speler die hem kon, durfde of wilde stoppen. Zijn we allemaal monddood gemaakt door één enkele Man?

Nog geen paar maanden geleden zaten we aan de buis gekluisterd, ademloos kijkend hoe arabische jongeren het op durfden te nemen tegen Despoten die geen tegenspraak dulden. Deze Despoten hebben de grondwet zo aangepast dat ze  alleenrecht van Spreken hebben.

Laten wij het ook zo ver komen dat  slechts één man het voor het zeggen heeft?

We leven met zijn allen in een Democratie. Nog wel. Laten we daar alsjeblieft gebruik van maken.

Op Facebook is een groep gestart met als titel:

Tegen de onbeschoftheid van Geert Wilders!

Sluit je aan! Hoe meer leden, hoe meer stemkracht!

Alle deelnemers Sjans – laatste bijdrage tweewekelijkse

Aline

Het was nog vroeg, toen ze besloot de fiets te pakken. Vandaag zou ze eindelijk eens was kilometers gaan maken. Anders zou de vakantie straks een groot probleem worden. Ze had namelijk een fietsvakantie geboekt door Frankrijk. Maar om daar nu ongetraind mee aan te vangen, leek haar geen goed idee. Met een zorgvuldig ingepakte rugtas liep ze even later naar het schuurtje. Ze pakte haar fiets, sloot de deur achter haar en begon te trappen. Ze had er zin in en met een klein half uurtje was ze de stad uit, nu kon ze eindelijk genieten van de natuur, de zon en al het moois wat er te zien was. De zon wat had ze die gemist de laatste tijd, de laatste paar maanden had ze alleen maar wolken en regenbuien gezien. En die bleken niet echt uitnodigend voor een lange fiets rit.

 Na een paar uur trappen, met af en toe een pauze om wat mooie foto’s te schieten, was het tijd om te gaan lunchen. Ze pakte haar rugtas en haalde daar een kleed uit, een picknick tegen de rand van het bos wat wilde ze nog meer? Ze had zelfs een boekje meegenomen en terwijl ze af en toe een hapje nam, zat ze al snel in het verhaal. Ze schudde af en toe haar hoofd, de schrijfster had wel een hele grote fantasie, dit soort dingen gebeurden nou nooit in het echt. Prinsen op witte paarden, die bestaan niet, die zijn bedacht om ons voor de gek te houden.

Anne was al jaren vrijgezel en geloofde niet in liefde op het eerste gezicht. Daar was ze te nuchter voor, zoals ze het zelf zou omschrijven. Dat ze al een tijdje werd gadegeslagen  had ze niet eens door. Ze at, ondertussen genietend van het boek, haar lunch op, en vergat niet te drinken daarbij. Zeker op een dag als vandaag wanneer de zon op eens weer vol aan de hemel stond was het erg belangrijk om niet uit te drogen. Bij haar laatste slok keek ze even weg van haar boek om de natuur nog even op te snuiven. Pas toen zag ze dat ze niet meer alleen was. Geen idee hoe lang die man daar al zat, keek hij nou ook naar haar?

Lang dacht ze er niet over na,  ze was hier immers om te fietsen, en haar pauze had lang genoeg geduurd. Ze ruimde alles op in haar rugtas, en toen ze weg wilde fietsen, stond de man ineens naar haar. “Sorry maar mag ik u wat vragen?” Ze keek hem aan, en smolt ter plekke ze keek in de mooiste ogen die ze ooit had gezien. Zijn kaaklijn was prachtig, zijn haar zat goed op zijn kop, ze besefte dat ze nu toch wel eens een antwoord moest gaan geven, maar ze was de vraag al vergeten. “Sorry wat wilde je weten?” Martin keek haar lachend aan, hij had al even de tijd gehad om haar in zich op te nemen. Hij had haar al gadegeslagen toen ze zat te lezen.

“Heeft u al plannen gemaakt voor het avondeten?”, hij was recht voor zijn raap. ‘Zo niet mag ik u dan uitnodigen met mij te dineren, ik weet een heel goed en lekker restaurant een kilometer of acht hier vandaan”.  Nog voor Anne er maar één woord uit kon brengen viel hij alweer in de reden. “Ik weet dat ik een onbekende ben, maar ik kan mijn ogen niet van u afhouden en wil u graag leren kennen”.  Anne die in eerste instantie gelijk nee wilde roepen, besloot bij het kijken in de mooie ogen, dat het geen kwaad kon om een hapje te gaan eten met deze zeer brutale vreemde. “Lijkt mee heerlijk  echter wellicht is het beter om bij het begin te beginnen, hoi mijn naam is Anne, en wat is jouw naam?”

© tekst en foto Aline

Moisés

Zittend op een terrasje, genietend van de zon en de vrienden om me heen. Kijk ik rond en zie ik niks anders dan alleen maar mensen mensen en nog eens mensen. 
Van zulke dagen kan ik nu echt genieten, en zeker alle stress van mijn werk even van mijn afzetten. Ik praat met vrienden die ik door mijn werk jammer genoeg toch niet vaak zie, maar dagen zoals deze doen mij realiseren hoe bijzonder zij zijn. 
We lachen ons rot drinken, eten, kortom het leven zoals het eigenlijk elke dag zou moeten zijn. 
Op sommige momenten vergeet ik dat ik op een heel groot druk plein zit met alleen maar terrasjes, maar hey, even doet het me niks, dagen zoals deze zijn er om met volle overgave van te genieten, morgen is morgen en vandaag om van te genieten. 
Ik laat het gesprek even voor wat het is om me in mijn stoel te laten zakken en van elk moment te genieten. Tot mijn blik haar schoonheid opvangt. Als ik al even de mensen om me heen was vergeten dan nu helemaal. 
In mijn gedachte beweegt ze alsof het zich allemaal in slowmotion afspeelt. 
Ik zie langzaam haar lach ontstaan en haar ogen stralen alsof het een opkomende zon is op een mooie zomer morgen. Haar bruine haren glimmen alsof ze zo uit een shampoo reclame komen en hangt sereen langs haar gezicht. 
Elk fractie van een seconde word door me opgevangen en is daarom waarschijnlijk de reden waarom ik het allemaal zo langzaam zie gebeuren. 
Wat ik zie kan je ook vergelijken met planeet die het licht van de zon reflecteerd tussen de sterren, terwijl het licht van de sterren ongeduldig blinkt, straalt de planeet het licht sereen in je ogen. 
De wereld om haar heen beweegt normaal maar haar bewegingen vang ik op alsof het dus slowmotion is. 
Ik blijf naar haar kijken en elk seconde valt me steeds meer op hoe mooi ze is. Alsof je live naar een bloem kijkt die langzaam haar schoonheid toont door zich te openen in de vroege morgen. 
Voor ik er zelf erg in heb kijkt ze me tussen de mensen menigte recht in mijn ogen aan. Ik schrik ervan dat ik weer even in de realiteit word gebracht. 
Zoals haar lach ontstond, zo tovert ze een lach op mijn gezicht die ineens voluit op mijn gezicht te lezen is. 
Ze zwaait charmant en in een reflex groet mijn hand haar terug. 
Ze praat verder met haar vrienden, maar merk dat ze zo nu en dan toch even mijn kant op lacht en zwoel knipoogt. Alsof mijn lichaam de controle over me heeft overgenomen sta ik op uit mijn stoel en loop ik haar richting uit. 
Mijn hoofd vraagt zich af wat ik in godsnaam aan het doen ben, mijn lichaam negeert dat en mijn voeten volgen de instructies van mijn lichaam gehoorzaam op aangezien ze samen een pact hebben gesloten en stappen rustig haar kant op. Voor ik het weet sta ik voor haar. Ook mijn mond negeert mijn hoofd, wat misschien helemaal nog niet zo een slecht idee is. 
Ik zeg haar vrienden gedag en stel me aan haar voor. 
Als ik dacht dat haar lach niet mooier kon worden, ben ik zojuist bedrogen. Ze stelt zich voor en vraagt of ik wil zitten. Mijn hoofd heeft de strijd allang opgegeven en zet het op automatisch piloot. 
Als je me op dit moment zou vragen wie ik ben en wat ik doe zou ik je spookachtig aan kijken omdat ik even helemaal blank ben, maar bij haar komen de woorden uit mijn mond alsof het een compositie is die ik zelf heb geschreven en al jaren speel. 
Het is alsof ik gedragen word door een wolk. We praten en praten en zal je eerlijk vertellen dat tijd iets is waar ik op dat moment het bestaan van ontken. Maar toch komt het moment dat ze afscheid van me moet nemen, ze geeft me haar nummer en vraagt me of ik haar een keer bel om iets samen af te spreken. “Ja natuurlijk graag zelfs” spreekt mijn mond uit, Ik sta op geef haar drie zoenen, zeg haar gedag en geniet nog even van haar lach als ze weg loopt. 
Langzaam kom ik tot de realiteit die me verteld. “je bent verliefd op de vrouw waar je altijd van gedroomd hebt”

Spuit 11

Hij kwam toch niet haar kant op? Oh jee, hij kwam op haar aflopen. Cocktail met purple kleurtje in de hand, type charmante klootzak, met snor. Die kon het schudden! Ze streek haar little black dress glad en duwde haar rechterheup naar voren. “Ik heb wat te drinken voor je gehaald, iets met ‘Parfait d’Amour” deed hij als man van de wereld  “Wil je….?”

Ze was uitgenodigd door vriendin. Haar man was kunstenaar en zijn werk hing hier, als soort van hulde aan hemzelf, te prijken in het museum. Met aansluitend een diner, alleen voor genodigden. Alle bobo’s van de stad waren aanwezig + BNers. Freek de Jonge had ze zien rondlopen en Jan Mulder. Lekker belangrijk. Maar wel leuk om mee te maken natuurlijk.

Als ze te veel onder de indruk dreigde te raken, visualiseerde ze gewoon de persoon in kwestie voor zich, terwijl hij zijn gat afveegde. Ze was benieuwd naast wie ze aan tafel zou zitten. Liever niet naast snorremans! Aat Veldhoen leek haar wel wat, connaisseur pur sang! Dat was dan dubbelop tijdens het diner. Een dame alleen kon zichzelf tenslotte maar het beste wensen. Vooruit met de geit!

“Wat brengt jou hier?” vroeg de man die Hans bleek te heten. Natuurlijk. Hij droeg een donkerblauw, licht glimmend pak, a la Mathijs van Nieuwkerk. Die ze ook niet te pruimen vond trouwens.                                                                                                                      Maar goed.

Hij was duidelijk erg tevreden met zichzelf. Op een voor haar niet direct te verklaren, onaangename manier. Ik moet mijn lippen stiften of iets van dien aard, dacht ze. “Neem me niet kwalijk, ik moet even”….

En weg was ze.

Naar het toilet dan maar, even de boel checken. Ze moest wel een verdieping lager, zou ze de trap nemen met haar pumps?

Art: Leander Haaitsma

Foto: Niels Bax

Svara

als het veilig is
kan sjans op weg naar liefde
dat is altijd prijs

in liefde huist veiligheid
daar hoeft sjans niet bij te zijn

.

© svara
28-08-2011

assyke

Psssttt…
Waar ze ook liep. En welke geluiden haar ook omringden. Toeterende automobilisten, ezelgebalk en verbaal menselijk lawaai. Dwars daar door heen klonk overal deze poezenroep.
Ze haatte het. Wat ze ook deed. In wat voor zak met kleren ze zich ook stak. Hoe onzichtbaar ze ook dacht te zijn. Zodra ze een stap buiten de deur deed kon ze het horen.

Het had haar angstig gemaakt. Zo angstig dat ze wekenlang binnen bleef en boodschappen liet bezorgen door buurjongetjes. Maar toen de moeders van de boodschappertjes haar kwamen vragen wat er scheelde, of ze soms ziek was en de pannen met eten voor haar deur werden neergezet, vermande ze zich. Zo kon het ook niet langer. Het laatste wat ze wilde is dat men haar ging nawijzen.
En dus trok ze haar grauwste djellaba aan, maakte haar ogen niet op en liep op afgetrapte schoenen de trappen van het flatgebouw af. In haar tas had ze een zorgvuldig samengesteld boodschappenbriefje. Ze zou alles uit de winkelstraat halen, dat was wel duurder, maar de wandeling naar de markt was er een vol gevaren.

Ze was binnen een half uur weer thuis. In haar markttas lag een doos eieren. Stuk voor stuk gebroken, zo´n haast had ze gehad om weer veilig thuis te komen, dat ze er niet aan gedacht had haar tas te beschermen tegen de betonnen treden. En bij elke stap die ze op weg naar boven had gemaakt, had een schaal het begeven.

De mannen op de hoek van haar straat hadden gefloten.

Haar maag knorde toen ze het struif door het afvoerputje zag lopen. Ze zou zweren dat de mannen op de hoek niets tekort kwamen vandaag, terwijl haar opnieuw een dag van vasten te wachten stond.
Ze waste haar handen van het kleverige ei en liep naar de slaapkamer. In haar klerenkast hingen prachtige moderne kleren. Korte rokken die ze nooit aan had gehad. Hoge hakken die nieuw en scherp in de schoenendozen naar haar lonkten.
Gefloten werd er toch. En wat ze ook aan trok, ze was en bleef vrouwenvlees.
Waarom dat vlees niet open en bloot verpakken in wat zij mooi vond?

Ze nam haar toilettas en haalde mascara en oogpotlood te voorschijn. Hoe mooier ze zichzelf maakte, hoe meer ze de angst voelde weg ebben. De vrouw die haar aankeek, mocht er zijn.
Hier voor de spiegel. Maar ook straks op straat. Met een laatste blik op die mooie vrouw, trok ze de deur achter zich dicht.

Het was tijd voor boodschappen.

……………..

assyke

De auto reed weg.

God, wat hield zij van dit soort autootjes. Voor ze de sleutel in het slot stak, stal ze een vluchtige blik uit het etalage raam. De hoofddoek stond haar goed, alleen al om die reden zou ze er dagelijks een ritje in willen maken.
Ze wist ook wel dat dat niet reeel was. Met alle slecht weer momenten, zou het dak er vaker op zitten, dan haar lief zou zijn. Terwijl ze de trap opliep, vroeg ze zich af of ze verder zou gaan met de brieven. Had dat nog zin, had ze haar besluit al niet genomen, tijdens het ritje van zojuist? Zou er iets beters tussen zitten dan wat haar vandaag was overkomen?
Het kon geen kwaad haar ego nog een opkikkertje te geven. Die van haar kon heel wat hebben, grinnikte ze. Van complimenteuze mannen kreeg een vrouw een goed humeur. Ze had dit al veel eerder moeten doen. Terugkijkend op de braakneigende avonden in de kroegen van het afgelopen jaar, vroeg ze zich af hoe ze dat zo lang had volgehouden. Al die smerige mannen, dronken, half dronken, aangeschoten, volgegoten en alsof al die drank al niet erg genoeg was, waren het ook stuk voor stuk mannen met een zelfde scenario. Een paar drankjes, een ondeugend zoentje en dan de rest…in zijn of haar bed.
Ziek werd ze van dat glibberige verwachtingspatroon. Ze was geen drinker, ze had geen nymfomane trekken en bovendien was ze uitermate kritisch ingesteld. Het kon niet anders of ze ontwaakte elke maandagochtend met een hardnekkige migraine. De hoofdpijn vertelde haar dat ze niet goed bezig was. Kroegen aflopen was niet haar manier, het hoorde niet bij haar, het maakte haar moe en ongelukkig.
Een collega op het werk die de wallen onder haar ogen had opgemerkt, vroeg haar wat ze in hemelsnaam uitspookte in het weekend. Iets leuks kon het niet zijn, gezien het humeur waarmee ze de maandagochtenden op het werk verscheen. Laat ik voor deze keer van mijn hart geen vuilnisbelt maken, had ze gedacht en in de pauze luchtte ze haar hart.
De collega had gelachen om de wijze waarop ze haar energie verspilde. Ze nam haar bij de arm op weg naar haar bureau. Kijk, zei ze, terwijl ze haar pc op startte, er zijn geweldige datingsites op internet. Geen onnodige drankjes en sigarettewalm in fout gezelschap.  Niets wat jij niet wilt. Zelfs flirten doe je risicoloos vanachter je steriele computerscherm.
Ze had ademloos geluisterd. Natuurlijk! Het lag zo voor de hand…dat ze er aan voorbij was gelopen. De collega kreeg een dikke knuffel en ze ging meteen aan de slag. Het eerste wat ze volgens de collega nodig had, was een sprankelend maar realistisch profiel. Dat profiel was een noodzakelijke investering. Raffel het alsjeblieft niet af, neem er de tijd voor, echt, je zult zien, dat je er nog heel veel plezier aan zult beleven.
En ze had gelijk gekregen, dat goede mens. Sinds een paar weken was ze pas online. Maar door dag en nacht online te zijn, had ze al een paar stevige contacten. Omdat ze niet alles via het scherm wilde afhandelen, had ze haar contacten gevraagd haar een lange handgeschreven brief te schrijven, uit de stapel zou zij die brief uitpikken die haar het meest aansprak. Een afspraak zou dan spoedig volgen.
Deze van vandaag was de eerste. Een afspraak met een cabrio.

Als het aan haar lag kon de rest van de brieven in de prullenbak.

Artafterallart

Als je lusteloos bent, lijkt het alsof je lichaam alle ballast van het leven heeft opgezogen en je gedachten in die klei fossielen worden. Alles wat je bent, heeft geen waarde meer. Alles wat je liefhebt, verliest alle zwaartekracht. Alsof buiten je een orkaan woedt en je in het epi-centrum gelaten je bestaan, je wereld en je leven laat verwoesten. Dat die orkaan Thanatos heet en dat je in zijn armen de dood in danst, vind je allang best. Je scheidt je zonder stribbeling van wie je bent als van de ander zonder wie je niet meer kunt bestaan zonder jezelf teveel te voelen. Zet mij maar bij het vuilnis, is het enige dat je voor hem of haar over je lippen kan krijgen.

Eros heeft dat onmiddellijk door, maar jij wilt geen vrolijkheid in huis en laat wie je liefhebt de boodschappen doen. Je stuurt je liefde de deur uit als een dienstbode die ongewenst is nu je zo in beslag wordt genomen door de zinloosheid, door het niet-zijn. Een eigenaardige adelstand neemt bezit van je. Je holle kinderhoofd gaat heersen over alles en iedereen met de krachteloze poses en gebaren van een grootgrondbezitter die alles weggeeft als hij maar met rust gelaten wordt en hooguit van grote afstand beweend wordt. Geen grotere aansteller dan een depressieve man is voorstelbaar voor de gezonde van lichaam en geest.

Een vreemde omslag die haat jegens het leven die we depressie noemen, waarin bloemrijke woorden verdorren en de taal van de vernieting je daadwerkelijk de dood in kan jagen. Het dansen is bizar. Je hangt in zinnen als dat het niets meer wordt met je, dat het nooit wat heeft voorgesteld, dat iedere inspanning voor niets is geweest, in de armen van Thanatos stomdronken van zelfontkennende gedachten.

Thanatos hoeft je maar te wiegen of je walging van de mens en zijn wereld, van alles wat je gemaakt, gedaan en gedacht hebt, kots je al over zijn hagelwitte pij uit. In zijn knappe gelaat ontbloot zijn grijns een tandenkerkhof, waartussen je op zoek gaat naar een gat voor je graf. Oude gedachten aan knekeldalen, die ieder woonoord hoort te onderhouden voor wie wil sterven als hij meent dat het zijn tijd is, doen je dagdromen over je dode broer die je komt halen om je op zijn knekels naar zo’n dal te vervoeren. Je wilt bij de doden zijn, bij hen horen die het leven en daarmee jou de rug hebben toegekeerd.

Maar dat hou je niet vol als eenmaal Eros weer thuis is en wars van je pogingen in gedachten te sterven vissen, groenten, fruit, broden, noten, bloemen, kranten, dranken, vlees- en deegwaren op de tafel uitstalt als een stilleven van de vrijheid het er altijd van te nemen. De liefde neemt geen genoegen met een bijna dode in huis en laat zich niet als levenloze natuur aan de kant schuiven. Je mag je nooit voor de ander afsluiten, hoor je als gefluister van merels om je heen. Met wit licht, strijkkwartetten en een amusante operette raakt de zelfgegraven put verstopt.

Het wordt kiezen of delen. Luisteren naar de stem die zegt dat het sneller voorbijgaat als je er tegen in opstand komt en de duisternis uit je lijf rent. Of naar je kop die de deur dichtknalt als er aangebeld wordt en door de brievenbus de klachten stromen dat als je er niets tegen doet, je de ander echt pijn doet en dat jij dat op je geweten hebt. Je schrikt wakker als je merkt dat je tranen door Thanatos gekust worden en niet door Eros, die het boeltje al heeft ingepakt en je geen keuze laat. Of je put je lichaam uit om het leven weer te laten stromen of ik vertrek en laat je met je geliefde dood lekker samenwonen.

Gelukkig is de depressie nog niet vitaal en kom ik bij mijn positieven als ik me opdruk en als een gek bergetappes luchtfiets, kilometers lang langs de kaden loop op een ontsukkelend drafje en mijn huis schoonmaak als een meditatie waarin ik mijzelf boen. Het helpt me bij het proeven van mijn woorden. ‘Ik wil dood, dus ik besta’ komt opeens zo cynisch over dat het me meelijwekkend puberaal voorkomt. Ik lach met de kiespijn van een boer om mijn dwaze Wertherdom, waarin ik sjans met mijn Thanatos als mijn Eros te weinig slaap krijgt en ik me daar kennelijk geheel en al bij wil neerleggen.

Lazarus richt zichzelf in mijn groener geworden ziel op en veegt de moed bij elkaar, waar mijn vloer mee bezaaid is. Eenmaal uit de ban van de magie van de oneindigheid van de reflectie op de zinloosheid van het leven, begin ik zowaar te schateren over de mens die de wereld niet aankan als hij hem zelf tot een complete duisternis heeft verklaard. Hoe je in een innerlijk gesprek kunt trappen, dat zich bedient van woorden zonder die te betwijfelen. Nooit kan iets in alle gevallen negatief zijn zonder dat je zelf aan dat realisme onderdoor gaat. Dat ondervinden de echte armen op aarde dagelijks aan den lijve, waardoor ze je zo toe kunnen lachen in al hun ellende.

Zoals het ook nooit in alle gevallen positief kan zijn zonder dat je aan dat idealisme de grond onder je voeten kwijt raakt. In een vleesgeworden kritisch rationalisme omarm ik de idee dat gelukkig geen enkele waarheid gedacht kan worden, omdat je er nog niets tegenin kan brengen. Wat je in je handen meent te hebben als zekerheid kan morgen alweer onzeker zijn. Dat biedt je alle vrijheid van de wereld om er wel of niet in te geloven. Van een geschrokken hoedje is God een zegswijze geworden dat je iets niet zonder verbeeldingskracht boven je pet op zijn plaats en in zijn tijd kan houden. Zo Thanatos en Eros met elkaar verzoenend in een levenswil, waar de dood een puntje aan kan zuigen.

Sjans – assyke’s schrijfopdracht

Psssttt…
Waar ze ook liep. En welke geluiden haar ook omringden. Toeterende automobilisten, ezelgebalk en verbaal menselijk lawaai. Dwars daar door heen klonk overal deze poezenroep.
Ze haatte het. Wat ze ook deed. In wat voor zak met kleren ze zich ook stak. Hoe onzichtbaar ze ook dacht te zijn. Zodra ze een stap buiten de deur deed kon ze het horen.

Het had haar angstig gemaakt. Zo angstig dat ze wekenlang binnen bleef en boodschappen liet bezorgen door buurjongetjes. Maar toen de moeders van de boodschappertjes haar kwamen vragen wat er scheelde, of ze soms ziek was en de pannen met eten voor haar deur werden neergezet, vermande ze zich. Zo kon het ook niet langer. Het laatste wat ze wilde is dat men haar ging nawijzen.
En dus trok ze haar grauwste djellaba aan, maakte haar ogen niet op en liep op afgetrapte schoenen de trappen van het flatgebouw af. In haar tas had ze een zorgvuldig samengesteld boodschappenbriefje. Ze zou alles uit de winkelstraat halen, dat was wel duurder, maar de wandeling naar de markt was er een vol gevaren.

Ze was binnen een half uur weer thuis. In haar markttas lag een doos eieren. Stuk voor stuk gebroken, zo´n haast had ze gehad om weer veilig thuis te komen, dat ze er niet aan gedacht had haar tas te beschermen tegen de betonnen treden. En bij elke stap die ze op weg naar boven had gemaakt, had een schaal het begeven.

De mannen op de hoek van haar straat hadden gefloten.

Haar maag knorde toen ze het struif door het afvoerputje zag lopen. Ze zou zweren dat de mannen op de hoek niets tekort kwamen vandaag, terwijl haar opnieuw een dag van vasten te wachten stond.
Ze waste haar handen van het kleverige ei en liep naar de slaapkamer. In haar klerenkast hingen prachtige moderne kleren. Korte rokken die ze nooit aan had gehad. Hoge hakken die nieuw en scherp in de schoenendozen naar haar lonkten.
Gefloten werd er toch. En wat ze ook aan trok, ze was en bleef vrouwenvlees.
Waarom dat vlees niet open en bloot verpakken in wat zij mooi vond?

Ze nam haar toilettas en haalde mascara en oogpotlood te voorschijn. Hoe mooier ze zichzelf maakte, hoe meer ze de angst voelde weg ebben. De vrouw die haar aankeek, mocht er zijn.
Hier voor de spiegel. Maar ook straks op straat. Met een laatste blik op die mooie vrouw, trok ze de deur achter zich dicht.

Het was tijd voor boodschappen.

Balans – Landelijke Oudervereniging Balans

Zijn er ouders die ervaring hebben met deze stichting?

Voegt deze vereniging iets toe aan de grote kluwen hulpverlening in Nederland?

Positieve ervaringen, maar ook negatieve ervaringen zijn welkom.

Het liefst via mail:

assykje@gmail.com

Alvast bedankt.

Ik zal ook op Twitter en Facebook deze vraag stellen.

Sjans

De auto reed weg.

God, wat hield zij van dit soort autootjes. Voor ze de sleutel in het slot stak, stal ze een vluchtige blik uit het etalage raam. De hoofddoek stond haar goed, alleen al om die reden zou ze er dagelijks een ritje in willen maken.
Ze wist ook wel dat dat niet reeel was. Met alle slecht weer momenten, zou het dak er vaker op zitten, dan haar lief zou zijn. Terwijl ze de trap opliep, vroeg ze zich af of ze verder zou gaan met de brieven. Had dat nog zin, had ze haar besluit al niet genomen, tijdens het ritje van zojuist? Zou er iets beters tussen zitten dan wat haar vandaag was overkomen?
Het kon geen kwaad haar ego nog een opkikkertje te geven. Die van haar kon heel wat hebben, grinnikte ze. Van complimenteuze mannen kreeg een vrouw een goed humeur. Ze had dit al veel eerder moeten doen. Terugkijkend op de braakneigende avonden in de kroegen van het afgelopen jaar, vroeg ze zich af hoe ze dat zo lang had volgehouden. Al die smerige mannen, dronken, half dronken, aangeschoten, volgegoten en alsof al die drank al niet erg genoeg was, waren het ook stuk voor stuk mannen met een zelfde scenario. Een paar drankjes, een ondeugend zoentje en dan de rest…in zijn of haar bed.
Ziek werd ze van dat glibberige verwachtingspatroon. Ze was geen drinker, ze had geen nymfomane trekken en bovendien was ze uitermate kritisch ingesteld. Het kon niet anders of ze ontwaakte elke maandagochtend met een hardnekkige migraine. De hoofdpijn vertelde haar dat ze niet goed bezig was. Kroegen aflopen was niet haar manier, het hoorde niet bij haar, het maakte haar moe en ongelukkig.
Een collega op het werk die de wallen onder haar ogen had opgemerkt, vroeg haar wat ze in hemelsnaam uitspookte in het weekend. Iets leuks kon het niet zijn, gezien het humeur waarmee ze de maandagochtenden op het werk verscheen. Laat ik voor deze keer van mijn hart geen vuilnisbelt maken, had ze gedacht en in de pauze luchtte ze haar hart.
De collega had gelachen om de wijze waarop ze haar energie verspilde. Ze nam haar bij de arm op weg naar haar bureau. Kijk, zei ze, terwijl ze haar pc op startte, er zijn geweldige datingsites op internet. Geen onnodige drankjes en sigarettewalm in fout gezelschap.  Niets wat jij niet wilt. Zelfs flirten doe je risicoloos vanachter je steriele computerscherm.
Ze had ademloos geluisterd. Natuurlijk! Het lag zo voor de hand…dat ze er aan voorbij was gelopen. De collega kreeg een dikke knuffel en ze ging meteen aan de slag. Het eerste wat ze volgens de collega nodig had, was een sprankelend maar realistisch profiel. Dat profiel was een noodzakelijke investering. Raffel het alsjeblieft niet af, neem er de tijd voor, echt, je zult zien, dat je er nog heel veel plezier aan zult beleven.
En ze had gelijk gekregen, dat goede mens. Sinds een paar weken was ze pas online. Maar door dag en nacht online te zijn, had ze al een paar stevige contacten. Omdat ze niet alles via het scherm wilde afhandelen, had ze haar contacten gevraagd haar een lange handgeschreven brief te schrijven, uit de stapel zou zij die brief uitpikken die haar het meest aansprak. Een afspraak zou dan spoedig volgen.
Deze van vandaag was de eerste. Een afspraak met een cabrio.

Als het aan haar lag kon de rest van de brieven in de prullenbak.

 

 

 

Nieuwe schrijfopdracht:   Sjans
lopend van nu tot 14 september

Smulpartij – keien om op te kauwen

:::::

Draden verbinden alles

doorbijten
ze zeiden
“even doorbijten,
het went
met de tijd”
dus ze beet door
elke dag weer
maar ze wist
het went nooit
niet echt

:::::::::::::::::::::::::::::::::::::::::::::::::

Ramirezi

Halverwege de klim naar het uitzicht vanaf de Preikestolen over de Lysefjord zag ik ‘m liggen; een kei in de vorm van een ei, rood met paarse aderen en vele glimmende stukjes mica erin. Zo glad alsof hij gepolijst was, van een pracht die me meteen deed beseffen dat dit eigenlijk niet kon. Iedere dag klimmen er immers mensen over dezelfde route omhoog, waarom zou deze steen nooit door iemand zijn meegenomen? Liepen de mensen die honderd meter boven mij klommen soms met hun ogen in de zakken? Veel langer dacht ik er toen niet over na, mijn dag was goed met deze mooie gratis souvenir. Hij hoefde niet in mijn rugzak, want hij was op maat gemaakt voor mijn hand. Twee weken later lag ‘my precious’ thuis in de glazen vitrine, de eerste zwerfkei tussen fossielen afkomstig van allerlei andere reizen.

In het zuiden van Jutland, ver weg van de Deense hoofdstad Kopenhagen werd in de tiende eeuw  een formatie van zwerfkeien met twee runenstenen neergezet. Gorm de Oude werd daaronder begraven. In 1998 openden twee archeologen dit graf, dat zoveel eeuwen gesloten was gebleven. Het skelet van Gorm was nog goed te herkennen. Het bleek dat hij was begraven met in zijn rechterhand een glimmende rode kei in de vorm van een ei. Rood met paarse aderen en vele glimmende stukjes mica erin. De kei paste precies in zijn nog slechts uit botjes bestaande hand. Het liep niet goed af – de opvallende kei was plotseling verdwenen en de beide archeologen beschuldigden elkaar van diefstal. Twee vrienden zouden vijanden voor het leven worden.

Er is iets met mijn kei. Hij ligt niet altijd in de vitrine. Mijn kinderen en vrouw weten dat zij niet zomaar zaken uit mijn vitrine mogen halen. En toch is hij er soms niet. Misschien is mijn kei mooi voor één mens, en verblijft hij als hij er niet is bij een ander. Ik twijfel of ik het allemaal wel goed zie. Misschien droom ik het maar. In ieder geval heb ik het er met niemand over.

Op een klein eiland in het oosten van het meer de Tyrifjord is een grote groep jongeren bijeen. Een jonge blonde vrouw loopt richting het centrale veld. In haar handtas zit een eivormige rode kei. Het is een opvallende kei, met glimmende stukjes mica, die zij al jaren als een talisman bij zich draagt. Dan roept er iemand; de groep moet zich verzamelen. Degene die roept is een agent. Zodra ze hem ziet voelt ze dat er iets niet klopt. Zijn ogen staan vreemd. Ze voelt zich ineens heel zenuwachtig. De lachende jongeren om haar heen hebben niets in de gaten. Hun vrolijke geluiden lijken ineens ver weg. Plotseling richt de agent de loop van zijn wapen richting de menigte. Waarom doet niemand iets? Denken ze soms dat het een grap is? Ze blijft hem aankijken terwijl haar hand vertwijfeld door haar tas woelt. De agent heeft haar in de gaten en draait zich schijnbaar in slow motion naar haar toe. De loop van zijn wapen draait mee. Dan heeft zij eindelijk de kei in haar hand, haar steun door dik en dun. Met alle kracht die zij in zich heeft werpt ze hem richting het hoofd van de agent.

Mijn vrouw komt opgeschrikt door een enorm lawaai naar boven gerend. Ze ziet mij staan tussen een uit elkaar gespatte vitrine. De kamer is een scherpe zee van glas. ‘Wat is er gebeurd?’, vraagt ze. ‘Iets vreselijks’, zeg ik.

De kei is terug.

::::::::::::::::::::::::::::::::::::::::::::::::

Ina Dijstelberge

::::::::::::::::::::::::::::::::::::::::

Annet Lemaire

De zwerfkei is nog een zandkorrel in m’n oog. Het waait hier altijd. Het lijkt Rotterdam wel.
Met hier bedoel ik Stadskanaal.
Knoal zeggen ze hier.
En het ziekenhuis heet zeikenhous.
De lekkerste banketbakker van Nederland zit hier.
Bakker Blom, kom er maar eens om:)
Ook een blinkend schone viswinkel. Vishandel Boels.
En nog veel meer: een Theater – Theater Geert Teis.
Een bioscoop: Smokey. Ooit uitgeroepen tot mooiste bioscoop van Nederland.
En dan vergeet ik natuurlijk van alles. Bij voorbaat excuses.
Altijd die zandkorrel in m’n oog.

Op weg naar huis krijg ik last van hoofpijn.
De zandkorrel is zich gaan slijpen.
M’n hoofd verhardt zich.
De pijn is bijna niet te harden.

Ik rol de auto uit. Like a rolling stone.
Ik ga meteen liggen.
Hier voel ik me thuis
Gieterveen Drenthe.
Hier werd ik eerder geboren.
Hier mag ik mezelf zijn.
Me toevertrouwen aan de aarde.
Hier ben ik zwerfkei.
Ik laat me graag begroeien.

foto: Stadskanaal – Eurobrug – Jan Geertsema ©

foto: bemost poesje Annet ©

tekst: Annet ©

:::::::::::::::::::::::::::::::::::::::::

Aline

Daar was het geluid alweer, ze schrok er van. Waar kon dit nare geluid toch vandaan komen? Het leek wel alsof er een bulldozer door de stad heen scheurde. Maar als ze naar buiten keek dan zag ze helemaal niets. En zo ging het al dagen, geen idee wat het geluid was, geen idee waarom ze het hoorde. Ze had de buren zelfs al aangesproken, en allemaal hadden ze het geluid gehoord. Op zich maakte haar dat blij, want dat betekende namelijk dat ze niet gek aan het worden was. Of dingen hoorden die er niet waren. Nu kan je denken wat naïef, maar aangezien ze haar moeder op jonge leeftijd naar het krankzinnigengesticht, hadden moeten afvoeren, omdat zij stemmen en geluiden hoorde die er niet waren. Was Angela meestal erg voorzichtig, wanneer ze dingen niet gelijk thuis kon brengen.

Geestesziekten kunnen voor een groot deel erfelijk zijn, dus toen ze de geluiden vorige maand voor het eerst hoorde was ze niet blij. En toen ze, deze dagelijks begon te horen, werd ze echt bang, maar nu voelde ze een opluchting, ze was niet gek aan het worden. Iedereen hoorde het geluid. Alleen wat ze nu precies hoorden, dat wisten ze niet, iedereen hoorde er namelijk wat anders in. En zo waren er gelijk al vele theorieën. Ze besloot dat ze gewapend met een pen en een blocnote, al deze bevindingen moest gaan bij houden. De tijden waarop ze het geluid hoorde, wat voor geluid iedereen dacht dat het was. Een soort speurtocht, om van deze nachtmerrie verlost te worden.

Na weer een aantal slapeloze nachten, en een blocnote vol aantekeningen. Kwam ze er achter dat nog niemand echt gezien had, waar het geluid vandaan kwam, of wat het geluid maakte. Wel kon ze inmiddels opmerken dat het geluid  steeds in het midden van de nacht, wanneer iedereen lag te slapen, daar was. Als of het gene wat dit geluid maakte, wist dat ze net allemaal net naar dromenland waren. Of het bewust bezig was hun wakker te maken, en een slechte nachtrust te geven. Wat het was, daar liepen de meningen nogal over uit, een bulldozer, een truck, onweer, een drumband en liep het aantal theorieën aardig op. Het werd echt tijd om er achter te komen waar dit geluid vandaan kwam en wie er achter zat.

Na heel wat uren gezocht te hebben op het internet, stuitte ze op het verhaal van de Gesloten Steen, ofwel de Duivelssteen. De sage vertelde over een duivel die iedere nacht een enorme kei  door de stad rolde, en zo de hele stad wakker hield. De oplossing stond er ook bij, men had de zwerfkei met een zware ketting vast gelegd. Daardoor had de duivel geen kans gekregen om de stedelingen wakker te maken. Na het lezen van dit volksverhaal, besloot ze de buren erbij te halen. Ze wist dat het te raar voor woorden was, maar ergens moest dus een zwerfkei liggen en deze was er de oorzaak van, dat zij al weken niet geslapen hadden. Angela werd zenuwachtig, over een paar minuten zouden alle buren verzameld zijn, en moest zij haar ontdekking gaan delen.

Het delen van haar verhaal ging makkelijker dan ze dacht, ze kreeg namelijk bijval uit onverwachtte hoek. Een buurman, was zelf ook al dagen bezig met het zoeken naar een verklaring, ook hij had het verhaal over de duivel en zijn steen gelezen. Hij had het echter af gedaan als een leuke fabel. En er verder geen aandacht aan geschonken. Maar er was gewoon geen andere, logischere verklaring te vinden. En het geluid van een rollende steen, daar bleken meer mensen zich in te kunnen vinden. Kortom al snel stonden alle neuzen dezelfde kant op, en werd er naar een oplossing gezocht. Want als dit inderdaad was waar ze last van hadden, dan moest er ergens een kei liggen, een zwerfkei. Besloten werd dat iedereen morgen, op moest letten of ze ergens een grote kei zagen liggen. Eentje die groot genoeg was, om zoveel geluid te veroorzaken. Dan konden ze daarna met zijn allen deze steen voor eens en voor altijd aan banden leggen.

::::::::::::::::::::::::::::::::::::::

Goin’ for broke

Er ligt een kei in mijn tuin. Wat zeg ik: er liggen een heleboel keien in mijn tuin. Sommige zijn glad en kaal. Andere zijn ruw en met mos begroeid. Enkele zijn nauwelijks te zien omdat allerlei planten zich niets van zo’n sta (of lig) in de weg aantrekken en er gewoon overheen groeien.

Soms denk ik ineens: “als die keien konden praten, wat zouden ze dan allemaal te vertellen hebben?”. Sommige misschien niet zoveel: hun herinnering reikt wellicht niet veel verder dan een paar jaar. Vanaf het moment dat ze met bruut geweld uit hun eeuwige slaap werden gewekt in een of andere steengroeve.

Andere hebben echter al een lang leven achter zich. En een lange reis, gedragen door sneeuw en ijs. Tienduizenden jaren geleden waren ze al onderweg. Voortgestuwd door krachten die eeuwig leken maar uiteindelijk toch tot bedaren kwamen om ze een nieuwe rustplaats te geven in een land ver van hun oorsprong.

En nu hebben ze een volgende rustplaats gevonden in mijn achtertuin. Ze vormen een zonnebank voor vlinders die zich er op zetten om zich op te warmen in de zon. Een uitvalsbasis voor libellen die, er op gezeten, hun kopjes ronddraaiend, kijkend naar de lucht, op zoek zijn naar dat vliegje dat hun volgende maaltijd zal worden. Of ze worden gebruikt als smidse door een merel die er de slakkenhuizen kraakt.

Ook de rustplaats in mijn tuin is geen blijvende. Als ze weer eens totaal overgroeid dreigen te raken worden ze opgetild en naar een meer open plekje gebracht. Mijn tuin is evenmin eeuwig: ooit zullen ze weer aan het zwerven slaan en een nieuw hoofdstuk aan hun verhaal toevoegen.

Het zijn echte zwerfkeien.

:::::::::::::::::::::::::::::::::::::::::::::

Artafterallart

De melkwitte traan blijkt niet uit een oog te komen. Het is een druppel uit de vermomming van Bjorn. Om zijn nieuwe vrienden te verrassen heeft hij uit een zwerfkei een transseksuele mini- melkbar gezaagd, die hij met een stang in dezelfde kleur onder hun schedeldak kan laten dansen. Daar zullen ze van opkijken, denkt hij giechelend van de voorpret als hij de zaagsneden zo glad mogelijk wegschuurt en het geheel polijst tot het levensecht lijkt.

Onder het zingen van ‘Doe je ogen dicht en hou je adem in, dan zul je iets prachtigs zien’ laat Bjorn zijn sculptuur door de kruin van zijn gastheren zakken. Hij vergeet echter te zeggen dat ze weer mogen kijken. ‘Hier ben ik dan’, roept hij juichend. Het rode en het blauwe ik kijken er niet van op. Doordat ze zolang al elkaar hebben wakker gehouden, zijn ze na Bjorns opdracht in slaap gesukkeld en dromen van het land van naar honing smakende melk.

Hoe Bjorn ook maar met de gebeeldhouwde zwerfkei op en neer danst voor het projectieveld (het visuele systeem) in het achterhoofd (de occipitale cortex), hij hoort slechts hun ademhaling die zwaarder wordt naarmate hij de kei dieper inbrengt. Het visuele systeem laat geen buitenstaanders toe, waardoor Bjorn niet kan merken dat het wel degelijk effect op hen heeft waar hij ze mee wil verrassen.

Oude herinneringen aan hun babyjaren wisselen de beide ikken aan elkaar uit, gemengd met hun voorstellingen van het beloofde land en de fantasiebeelden van hun samenleving aldaar, die hen voor ogen staat. De gedroomde inbeelding en Bjorn’s fysieke inbeelding van de gebeeldhouwde zwerfkei dreigen op elkaar te botsen. Het rode ik waarschuwt het blauwe dat er een vreemde meteoriet in de lucht hangt. Van angst knijpen ze nog harder hun ogen dicht en doen een belangrijke ontdekking.

De beelden in je droom worden door het projectieveld teruggekaatst naar je eigen ogen. Het visuele systeem is geen eenvoudige filmprojector maar een spiegelreflexcamera, die het filmmateriaal haalt uit gebeurtenissen in je hersenen. Het blauwe ik wil daar zeker van zijn en opent tijdens zijn diepe slaap de ogen. Tot zijn verbazing en tegelijk genoegen ziet hij de vleesgeworden zwerfkei voor zijn neus op en neer dansen. ‘Man, kijk eens wat er in ons hoofd rondzwerft’, fluistert hij het rode ik in het oor, ‘ons uitstekende onderlichaam met tieten als heupen’.

Het rode ik is meteen wakker in zijn droom en roept luid: ‘Bjorn, ben jij dat? Man, wat een verrassing. Het is om te gillen. Hoe heb je dat in godsnaam voor elkaar gekregen? Het lijkt net echt! Bjorn kan hem echter niet horen. Hij is even weggegaan om een vingercamera te zoeken waarmee hij via een gaatje in de stang bij hen naar binnen kan kijken. De transseksuele zwerfkei heeft hij vastgemaakt met een vlechtwerk uit de langste nekharen van hun huis van vlees.

Het beeld van de mini-melkbar en dat van het beloofde land passen zo perfect in elkaar, dat beide ikken erop door hallucineren in een dialoog over hun voorkeuren. Voor het eerst in hun bestaan als bewoners van de zolder van hun huis van vlees bekennen zij elkaar dat ze zich altijd al een vreemde hebben gevoeld in het mannenlichaam dat ze met elkaar delen.

Het rode ik droomde in zijn jeugd van het hebben van borsten en had een keer de bustehouder van zijn zus omgedaan, zijn sokken erin gepropt en zo zijn ouders verrast met de geslachtsverandering van hun jongste zoon. Het blauwe mij bekende dat hij, toen ze wat ouder waren, had gedroomd van een geslachtsorgaan dat je naar binnen kunt proppen voor een diepe vagina en kunt erecteren voor een lange fallus. Hij had dat op zijn kamertje uitgeprobeerd en het lukte hem om de slappe huid tussen het schaambeen te proppen, zodat het leek op een verfrommelde yoni.

‘Je hebt een binnenbeer’, had zijn broer geroepen toen hij hen in die positie voor de spiegel betrapte. ‘Oh ja’, herinnerde het rode ik zich, ‘dat is waar. Ik sc haamde me eerst diep, maar door de opengesperde ogen van onze broer die staarde naar ons kruis, kregen wij spontaan een stijve. Waardoor hij vuurrood werd en met een harde klap de deur dichtsloeg. Ik heb hem nog altijd heel hoog zitten, omdat hij het niet aan onze ouders heeft doorverteld.

Beide ikken dromen weg op die oude herinneringen en laten de mini-bar onaangeroerd in hun achterhoofd als een binnenluchtvrucht voor aap hangen.

(wordt vervolgd)

::::::::::::::::::::::::::::::::::::::

Jo Hendriks

findling is het duitse woord voor een steen die meer dan honderdduizend jaar geleden hier is neergelegd en die sindsdien de stad niet meer is uit geweest
erratiker hat petrus ihn gescholten
kind van vreemde rotsen
allochstone
gebruikt om grenzen aan te geven
zwerfkei
:::::::::::::::::::::::::::::::::
Assyke

Wil je iets over jezelf vertellen?
De leidster zat schuin tegenover haar, zo schuin dat ze haar alleen goed kon zien
als ze zich naar haar toe draaide. Alia, zo heette het mens, zag er nogal alternatief uit.
Al had ze de intake babbel bij haar gehad, ze was er nog niet uit of ze haar nu aardig  vond of niet. Iets in de wijze waarop ze haar haar droeg stond haar niet aan. Dat korte piekerige had ze net iets teveel gezien in dit kutwereldje.

Sinds de leidster de vraag had gesteld was het stil. Heel stil. Niemand zei iets. Af en toe zag ze vanuit haar ooghoeken een been, dat geruisloos bewoog, hoorde ze iemand zijn neus ophalen….maar dat was het. De stilte duurde voort en werd groter, zo groot dat ze dacht dat ze tegen het plafond uit een zou spatten.
Ze moest iets zeggen. Maar wat, verdomme? Haar naam, leeftijd, adres? En dan…wisten ze dan wie ze was? Terwijl ze probeerde een antwoord te formuleren op de schijnbaar eenvoudige vraag voorvoelde ze al dat dat haar niet ging lukken.
Dit moment, deze voorstelronde had ze net iets te vaak meegemaakt. Deze hip aangeklede verpleegkundige was ze te vaak tegengekomen in even zovele therapiesessies. Vrouwen, die dachten dat ze haar beter konden maken. Vrouwen, mannen soms, die echter wel wisten dat ze dat niet konden en haar en misschien zich zelf, voor de gek hielden.  Paratherapeuten waren het, kwakzalvers die op middeleeuwse wijze haar opensneden en deden of ze de kwaadaardige tumor uit haar  weerbarstige kop verwijderden.  Keer op keer had ze op de operatietafel gelegen. Zwervend van Paaz naar Paaz.

Maar de steen in haar kop hadden ze nooit verwijderd.

:::::::::::::::::::::::::::::::::::

Dianne

BEWEGEN, bij een steen

lopend langs de monding van de maas
laat ik mij liggen bij een steen
die in het water niet verdwijnt
maar ingebed het natte grondvlak houdt
de scherpe zijde slijt, gegroefd

ligt hij op de oever van mijn hand, ontdaan
van slijk en zand voor ik hem terug leg
in ondiep stromen

herhaalt zich de herinnering door een klein bewegen
voordat ze loslaat in het andere houvast: een mijmer
bij een steen

©ds

Marius en Frans zwerven mee

Artafterallart

De melkwitte traan blijkt niet uit een oog te komen. Het is een druppel uit de vermomming van Bjorn. Om zijn nieuwe vrienden te verrassen heeft hij uit een zwerfkei een transseksuele mini- melkbar gezaagd, die hij met een stang in dezelfde kleur onder hun schedeldak kan laten dansen. Daar zullen ze van opkijken, denkt hij giechelend van de voorpret als hij de zaagsneden zo glad mogelijk wegschuurt en het geheel polijst tot het levensecht lijkt.

Onder het zingen van ‘Doe je ogen dicht en hou je adem in, dan zul je iets prachtigs zien’ laat Bjorn zijn sculptuur door de kruin van zijn gastheren zakken. Hij vergeet echter te zeggen dat ze weer mogen kijken. ‘Hier ben ik dan’, roept hij juichend. Het rode en het blauwe ik kijken er niet van op. Doordat ze zolang al elkaar hebben wakker gehouden, zijn ze na Bjorns opdracht in slaap gesukkeld en dromen van het land van naar honing smakende melk.

Hoe Bjorn ook maar met de gebeeldhouwde zwerfkei op en neer danst voor het projectieveld (het visuele systeem) in het achterhoofd (de occipitale cortex), hij hoort slechts hun ademhaling die zwaarder wordt naarmate hij de kei dieper inbrengt. Het visuele systeem laat geen buitenstaanders toe, waardoor Bjorn niet kan merken dat het wel degelijk effect op hen heeft waar hij ze mee wil verrassen.

Oude herinneringen aan hun babyjaren wisselen de beide ikken aan elkaar uit, gemengd met hun voorstellingen van het beloofde land en de fantasiebeelden van hun samenleving aldaar, die hen voor ogen staat. De gedroomde inbeelding en Bjorn’s fysieke inbeelding van de gebeeldhouwde zwerfkei dreigen op elkaar te botsen. Het rode ik waarschuwt het blauwe dat er een vreemde meteoriet in de lucht hangt. Van angst knijpen ze nog harder hun ogen dicht en doen een belangrijke ontdekking.

De beelden in je droom worden door het projectieveld teruggekaatst naar je eigen ogen. Het visuele systeem is geen eenvoudige filmprojector maar een spiegelreflexcamera, die het filmmateriaal haalt uit gebeurtenissen in je hersenen. Het blauwe ik wil daar zeker van zijn en opent tijdens zijn diepe slaap de ogen. Tot zijn verbazing en tegelijk genoegen ziet hij de vleesgeworden zwerfkei voor zijn neus op en neer dansen. ‘Man, kijk eens wat er in ons hoofd rondzwerft’, fluistert hij het rode ik in het oor, ‘ons uitstekende onderlichaam met tieten als heupen’.

Het rode ik is meteen wakker in zijn droom en roept luid: ‘Bjorn, ben jij dat? Man, wat een verrassing. Het is om te gillen. Hoe heb je dat in godsnaam voor elkaar gekregen? Het lijkt net echt! Bjorn kan hem echter niet horen. Hij is even weggegaan om een vingercamera te zoeken waarmee hij via een gaatje in de stang bij hen naar binnen kan kijken. De transseksuele zwerfkei heeft hij vastgemaakt met een vlechtwerk uit de langste nekharen van hun huis van vlees.

Het beeld van de mini-melkbar en dat van het beloofde land passen zo perfect in elkaar, dat beide ikken erop door hallucineren in een dialoog over hun voorkeuren. Voor het eerst in hun bestaan als bewoners van de zolder van hun huis van vlees bekennen zij elkaar dat ze zich altijd al een vreemde hebben gevoeld in het mannenlichaam dat ze met elkaar delen.

Het rode ik droomde in zijn jeugd van het hebben van borsten en had een keer de bustehouder van zijn zus omgedaan, zijn sokken erin gepropt en zo zijn ouders verrast met de geslachtsverandering van hun jongste zoon. Het blauwe mij bekende dat hij, toen ze wat ouder waren, had gedroomd van een geslachtsorgaan dat je naar binnen kunt proppen voor een diepe vagina en kunt erecteren voor een lange fallus. Hij had dat op zijn kamertje uitgeprobeerd en het lukte hem om de slappe huid tussen het schaambeen te proppen, zodat het leek op een verfrommelde yoni.

‘Je hebt een binnenbeer’, had zijn broer geroepen toen hij hen in die positie voor de spiegel betrapte. ‘Oh ja’, herinnerde het rode ik zich, ‘dat is waar. Ik sc haamde me eerst diep, maar door de opengesperde ogen van onze broer die staarde naar ons kruis, kregen wij spontaan een stijve. Waardoor hij vuurrood werd en met een harde klap de deur dichtsloeg. Ik heb hem nog altijd heel hoog zitten, omdat hij het niet aan onze ouders heeft doorverteld.

Beide ikken dromen weg op die oude herinneringen en laten de mini-bar onaangeroerd in hun achterhoofd als een binnenluchtvrucht voor aap hangen.

(wordt vervolgd)

*_*_*_*_*_*_*_*_*_*_*_

.

Frans54

Er ligt een kei in mijn tuin. Wat zeg ik: er liggen een heleboel keien in mijn tuin. Sommige zijn glad en kaal. Andere zijn ruw en met mos begroeid. Enkele zijn nauwelijks te zien omdat allerlei planten zich niets van zo’n sta (of lig) in de weg aantrekken en er gewoon overheen groeien.

Soms denk ik ineens: “als die keien konden praten, wat zouden ze dan allemaal te vertellen hebben?”. Sommige misschien niet zoveel: hun herinnering reikt wellicht niet veel verder dan een paar jaar. Vanaf het moment dat ze met bruut geweld uit hun eeuwige slaap werden gewekt in een of andere steengroeve.

Andere hebben echter al een lang leven achter zich. En een lange reis, gedragen door sneeuw en ijs. Tienduizenden jaren geleden waren ze al onderweg. Voortgestuwd door krachten die eeuwig leken maar uiteindelijk toch tot bedaren kwamen om ze een nieuwe rustplaats te geven in een land ver van hun oorsprong.

En nu hebben ze een volgende rustplaats gevonden in mijn achtertuin. Ze vormen een zonnebank voor vlinders die zich er op zetten om zich op te warmen in de zon. Een uitvalsbasis voor libellen die, er op gezeten, hun kopjes ronddraaiend, kijkend naar de lucht, op zoek zijn naar dat vliegje dat hun volgende maaltijd zal worden. Of ze worden gebruikt als smidse door een merel die er de slakkenhuizen kraakt.

Ook de rustplaats in mijn tuin is geen blijvende. Als ze weer eens totaal overgroeid dreigen te raken worden ze opgetild en naar een meer open plekje gebracht. Mijn tuin is evenmin eeuwig: ooit zullen ze weer aan het zwerven slaan en een nieuw hoofdstuk aan hun verhaal toevoegen.

Het zijn echte zwerfkeien.

Voor de juli en augustus blogleeuw!

wild de  straal
geselt
ongekamde manen

bereikt alle vlakten

blakert, warmt,
omarmd geniet hij
barsten in de tijd 

in ilano
mankeert je spin
een potige bestendigheid

 

 

.

ilano = zuidamerikaanse steppe