Ik wil weer kleuter zijn!
Verwarrend dat moeten groeien.
Gewoon groeien is leuk, gaat lekker van zelf. Een boterham, een glas melk en de natuur doet de rest. Maar wat te denken van de groei die anderen je opdringen. De zogenaamd geestelijke pedagogisch verantwoorde ontwikkeling? Het is een ding om fysieke attributen aangereikt te krijgen bij het overgaan naar de status van exkleuter. Zoals een schooltas bij je lessenaar.
Werkjes moeten doen waar je helemaal geen zin in hebt, de strenge regel dat er pas gespeeld mag worden als het taakje klaar is, is van een geheel andere orde.
Toen ik vanmiddag Faf van school haalde was hij één van de laatste kindjes in de klas. Hij mocht pas weg als zijn werk af was. Dat was en kwam niet af en de juf en ik kwamen tegelijkertijd met het voorstel dat hij het mee naar huis zou nemen. De vrije dag die hij gister had vanwege het Suikerfeest had hem ook niet echt geholpen, zijn achterstand die er al was nog een stuk groter gemaakt. Hij was gefrustreerd, zag er boos uit en liep als een robot. Ik vroeg de juf, of hij niet regelmatig wat mee naar huis kon nemen, zodat hij niet elke dag een momentje speelhoek hoefde te missen. Omdat hij zo makkelijk was afgeleid, had ze hem ook alleen aan een tafeltje gezet. Op zich een goede maatregel gezien zijn fladdergedrag, maar als hij dat als straf ervaart een stuk minder effectief.
Ik ken uit mijn familie een aantal van dit soort moeilijk lerende kinderen en weet dat vooral voorkomen moet worden dat hij een hekel aan school krijgt. Het kleine beetje goodwill dat er wel is prikkelen en te doen groeien, is een proces dat telkens opnieuw herhaald moet worden.
De juf vond het geen goed idee, want jonge kinderen werden niet geacht te vaak huiswerk mee naar huis te nemen. Eenmaal thuis moesten ze zich kunnen ontspannen van school. Nu voorzie ik weinig ontspanning als hij van te voren weet dat de onafgemaakte werkjes zich opstapelen en de achterstand dag na dag vergroot wordt, hij apart wordt gezet en niet mag spelen, terwijl zijn behoefte nog zo groot is om zijn gang te mogen gaan.
We namen het werkje mee naar huis. Een rekenwerkje. Onderweg vertelde hij mij dat hij een hekel had aan rekenen. Het was gaan regenen en Faf was te sip om te gaan buitenspelen. Ik keek het eens even aan en nadat ze iets te eten en te drinken hadden gehad, zette ik Sas in de kinderstoel met een vel papier en pen en ging ik met Faf aan tafel zitten.
Laat maar eens zien wat je nog af moet maken, vroeg ik hem. Het was een speelse serie aftrekken, wat ze tegenwoordig splitsen noemen. Als er van de zes balletjes vier boven water drijven, hoe veel zijn er dan onder water? Het rekenwerk ging hem makkelijk af, 6 min vier was twee, 6 min drie was natuurlijk 3, makkie! En hij keek er verveeld bij. Wat was er dan zo moeilijk?
Ze oefenden het schrijven van de cijfers. En zoals dat ook in mijn tijd ging, werd ook hier de beproefde methode gehanteerd van oefening baart kunst. Laat hij nou net een hekel hebben aan al dat geoefen. Wat hij voor zich zag was een ellenlange rij hokjes waar het cijfer 4 en het cijfer 5 in gevuld moesten worden. Zet je hem alleen aan tafel, dan is hij met een rijtje van tien hokjes zo een hele dag bezig, als hij het dan al af krijgt. Hij gefrustreerd en zijn omgeving gefrustreerd.
Nadat we op klad even geoefend hadden en hij zelf kon ontdekken wat voor hem een fijne manier was om de cijferstreepjes neer te zetten, deelde ik de lange rij hokjes op in rijtjes van vier. Na elke vier geschreven cijfers mocht hij van mij een theepauze, een kietel of een kletspauze houden. Uiteindelijk werkte dat zo goed, dat hij de vier al af had terwijl ik alleen maar even naar de keuken liep om iets voor hem in te schenken.
Klaar was kees.
Nu moet ik wel zeggen, dat de strategie van de pauzes enkel werkte omdat Sas inmiddels opgehaald was door mijn moeder, zodat Faf nergens meer door werd afgeleid en ik me ook enkel aan hem hoefde te wijden. Toch werd het daardoor een klus van een half uur, in plaats van oeverloze tranen, geschreeuw, smeekbeden en andere frustratie uitingen waar hij zo goed in is.
Ik hoop dat hij ontdekt dat leren niet vervelend hoeft te zijn.
Wie schrijft, die blijft?
Ooit schreef ik mee met de vrijdagavondsessies van Amnesty in de plaatselijke bibliotheek. Een kennis kwam boeken lenen en zag me daar zitten, ze fluisterde in mijn oor: wie schrijft, die blijft, dacht je zeker?
In ons huis werd er niet met uitdrukkingen gestrooid, want die kenden mijn ouders zelf nauwelijks, dus ik wist niet wat ze bedoelde. Toch is dat gefluisterde zinnetje in het voorbijgaan me altijd bij gebleven. Waarom weet ik niet. Nu hield ik altijd al van schrijven, al had dat als puber vooral de vorm van spannende correspondenties overal op de wereld. Dagboeken bijhouden, daar hield ik niet zo van. Dan had je een dagboek en dan had je de zorg dat die niet door anderen gelezen zou worden.
Nu had ik al genoeg zorgen aan mijn kop op die leeftijd, dus die dagboek bleef gesloten. Mijn schrijfijver kon ik daarom alleen maar kwijt tijdens de sporadische opstelopdrachten op school. Dat was elke keer weer feest. Het schrijven, het bijschaven en het vervolgens heel netjes overschrijven van het slordige klad. Het terugkrijgen van het opstel was ook al een feest, want ik kreeg hem meestal terug van een glunderende meester of juf.
Nou ja, en toen brak het blogtijdperk aan. Wie had dat nou gedacht. Nu was het elke dag feest. Maar dat wie schrijft, blijft…dat is dus niet waar.
Deze week heb ik tot mijn verbazing ontdekt dat twee blogs tegelijkertijd in as zijn opgegaan. Mijn tweede blog op weblog.nl en mijn derde blog op vk. Zij zijn niet meer en zullen nooit meer zijn.
Ik schrijf nu op mijn vierde blog, WordPress…maar weet nu al dat schrijven niet blijft…in dit vluchtige digitijdperk.
Sjans – assyke’s schrijfopdracht
Psssttt…
Waar ze ook liep. En welke geluiden haar ook omringden. Toeterende automobilisten, ezelgebalk en verbaal menselijk lawaai. Dwars daar door heen klonk overal deze poezenroep.
Ze haatte het. Wat ze ook deed. In wat voor zak met kleren ze zich ook stak. Hoe onzichtbaar ze ook dacht te zijn. Zodra ze een stap buiten de deur deed kon ze het horen.
Het had haar angstig gemaakt. Zo angstig dat ze wekenlang binnen bleef en boodschappen liet bezorgen door buurjongetjes. Maar toen de moeders van de boodschappertjes haar kwamen vragen wat er scheelde, of ze soms ziek was en de pannen met eten voor haar deur werden neergezet, vermande ze zich. Zo kon het ook niet langer. Het laatste wat ze wilde is dat men haar ging nawijzen.
En dus trok ze haar grauwste djellaba aan, maakte haar ogen niet op en liep op afgetrapte schoenen de trappen van het flatgebouw af. In haar tas had ze een zorgvuldig samengesteld boodschappenbriefje. Ze zou alles uit de winkelstraat halen, dat was wel duurder, maar de wandeling naar de markt was er een vol gevaren.
Ze was binnen een half uur weer thuis. In haar markttas lag een doos eieren. Stuk voor stuk gebroken, zo´n haast had ze gehad om weer veilig thuis te komen, dat ze er niet aan gedacht had haar tas te beschermen tegen de betonnen treden. En bij elke stap die ze op weg naar boven had gemaakt, had een schaal het begeven.
De mannen op de hoek van haar straat hadden gefloten.
Haar maag knorde toen ze het struif door het afvoerputje zag lopen. Ze zou zweren dat de mannen op de hoek niets tekort kwamen vandaag, terwijl haar opnieuw een dag van vasten te wachten stond.
Ze waste haar handen van het kleverige ei en liep naar de slaapkamer. In haar klerenkast hingen prachtige moderne kleren. Korte rokken die ze nooit aan had gehad. Hoge hakken die nieuw en scherp in de schoenendozen naar haar lonkten.
Gefloten werd er toch. En wat ze ook aan trok, ze was en bleef vrouwenvlees.
Waarom dat vlees niet open en bloot verpakken in wat zij mooi vond?
Ze nam haar toilettas en haalde mascara en oogpotlood te voorschijn. Hoe mooier ze zichzelf maakte, hoe meer ze de angst voelde weg ebben. De vrouw die haar aankeek, mocht er zijn.
Hier voor de spiegel. Maar ook straks op straat. Met een laatste blik op die mooie vrouw, trok ze de deur achter zich dicht.
Het was tijd voor boodschappen.
Balans – Landelijke Oudervereniging Balans
Zijn er ouders die ervaring hebben met deze stichting?
Voegt deze vereniging iets toe aan de grote kluwen hulpverlening in Nederland?
Positieve ervaringen, maar ook negatieve ervaringen zijn welkom.
Het liefst via mail:
assykje@gmail.com
Alvast bedankt.
Ik zal ook op Twitter en Facebook deze vraag stellen.
laat me los
als een dief
houd ik je armen vast
in de ochtend
glip ik steevast
mijn handen
vol van kinderdromen
vallen op de vloer
in de spiegel scherf
ik jouw gezicht
Hersenkraker
Wie heeft een slimme methode uitgevonden om voor uit te komen,
zonder daadwerkelijk te kruipen?
Van mogen naar moeten
Vandaag begint Faf in groep drie. Groep 3 is de oude eerste klas.
Hij is zich zeer bewust van deze overgang en ik heb dan ook als opdracht gekregen taartjes te kopen voor vanavond. Want het moet natuurlijk gevierd. Mijn bewegingsgrage kereltje zal vanaf nu aan banden worden gelegd en een lange schooldag zien door te komen zonder de leuke afleidingen van de speelhoeken. School zal nu een kwestie van moeten worden en hij zal die omschakeling helemaal op eigen kracht moeten maken. Op zich is dat een hele prestatie voor zo´n jong kind.
En ja hoor, dat mag best opgesierd worden met een zoetig schuimlaagje. Maar dan alleen vandaag.
Vlinders in onze tuin
De kinderen hebben eindelijk vriendinnetjes gemaakt in de buurt.
Gek genoeg allemaal blonde kopjes met roze schuifjes in het haar, of ze nou
drie, vijf of acht zijn.
Het is Sas zijn vurige droom geweest ook buiten te mogen spelen met kindjes.
Deze zomervakantie is die wens uit gekomen, dank zij een gemeenschappelijk miniveldje
achter ons huis. Zodra de zon zich even liet zien, vanaf begin augustus, zwermden de blonde feetjes over het groene gras en bereikten hun hoge stemmetjes mijn eigen kleine kabouters. Dat er tussen al die meiden geen jongetje zat, leek geen van beiden te deren. Veel te blij als ze waren dat ze niet meer enkel aangewezen waren op elkaar.
In de tuin hebben we een grote boodschappen tas vol speelgoed dat weg moet. Als ze even niet meer weten wat te doen, dan halen ze daar een of ander afgedankt speeltje uit. Lief heb ik gesmeekt nog even te wachten met het definitief weg doen van de rommeltas, geamuseerd als ik was door de aantrekkingskracht die deze zooi op de feetjes had.
Sas is in de zevende hemel en dat laat hij af en toe merken door de meisjes een wurgknuffel op te dringen, waar ze niet blij mee zijn. Toch is zijn instinct sterker dan zijn ratio. Had hij een week geleden zelf nog met zijn vader zijn speelgoed gesorteerd en het oude kapotte spul in de tas gedeponeerd, op het moment echter dat een van de feetjes iets uit de tas haalt, breekt de hel los. Want rommel of niet, het is en blijft van hem.
De feetjes fladderen weg en mijn kaboutertje is weer alleen.
Sjans
De auto reed weg.
God, wat hield zij van dit soort autootjes. Voor ze de sleutel in het slot stak, stal ze een vluchtige blik uit het etalage raam. De hoofddoek stond haar goed, alleen al om die reden zou ze er dagelijks een ritje in willen maken.
Ze wist ook wel dat dat niet reeel was. Met alle slecht weer momenten, zou het dak er vaker op zitten, dan haar lief zou zijn. Terwijl ze de trap opliep, vroeg ze zich af of ze verder zou gaan met de brieven. Had dat nog zin, had ze haar besluit al niet genomen, tijdens het ritje van zojuist? Zou er iets beters tussen zitten dan wat haar vandaag was overkomen?
Het kon geen kwaad haar ego nog een opkikkertje te geven. Die van haar kon heel wat hebben, grinnikte ze. Van complimenteuze mannen kreeg een vrouw een goed humeur. Ze had dit al veel eerder moeten doen. Terugkijkend op de braakneigende avonden in de kroegen van het afgelopen jaar, vroeg ze zich af hoe ze dat zo lang had volgehouden. Al die smerige mannen, dronken, half dronken, aangeschoten, volgegoten en alsof al die drank al niet erg genoeg was, waren het ook stuk voor stuk mannen met een zelfde scenario. Een paar drankjes, een ondeugend zoentje en dan de rest…in zijn of haar bed.
Ziek werd ze van dat glibberige verwachtingspatroon. Ze was geen drinker, ze had geen nymfomane trekken en bovendien was ze uitermate kritisch ingesteld. Het kon niet anders of ze ontwaakte elke maandagochtend met een hardnekkige migraine. De hoofdpijn vertelde haar dat ze niet goed bezig was. Kroegen aflopen was niet haar manier, het hoorde niet bij haar, het maakte haar moe en ongelukkig.
Een collega op het werk die de wallen onder haar ogen had opgemerkt, vroeg haar wat ze in hemelsnaam uitspookte in het weekend. Iets leuks kon het niet zijn, gezien het humeur waarmee ze de maandagochtenden op het werk verscheen. Laat ik voor deze keer van mijn hart geen vuilnisbelt maken, had ze gedacht en in de pauze luchtte ze haar hart.
De collega had gelachen om de wijze waarop ze haar energie verspilde. Ze nam haar bij de arm op weg naar haar bureau. Kijk, zei ze, terwijl ze haar pc op startte, er zijn geweldige datingsites op internet. Geen onnodige drankjes en sigarettewalm in fout gezelschap. Niets wat jij niet wilt. Zelfs flirten doe je risicoloos vanachter je steriele computerscherm.
Ze had ademloos geluisterd. Natuurlijk! Het lag zo voor de hand…dat ze er aan voorbij was gelopen. De collega kreeg een dikke knuffel en ze ging meteen aan de slag. Het eerste wat ze volgens de collega nodig had, was een sprankelend maar realistisch profiel. Dat profiel was een noodzakelijke investering. Raffel het alsjeblieft niet af, neem er de tijd voor, echt, je zult zien, dat je er nog heel veel plezier aan zult beleven.
En ze had gelijk gekregen, dat goede mens. Sinds een paar weken was ze pas online. Maar door dag en nacht online te zijn, had ze al een paar stevige contacten. Omdat ze niet alles via het scherm wilde afhandelen, had ze haar contacten gevraagd haar een lange handgeschreven brief te schrijven, uit de stapel zou zij die brief uitpikken die haar het meest aansprak. Een afspraak zou dan spoedig volgen.
Deze van vandaag was de eerste. Een afspraak met een cabrio.
Als het aan haar lag kon de rest van de brieven in de prullenbak.
Nieuwe schrijfopdracht: Sjans
lopend van nu tot 14 september
