Zwerfkei
Nieuwe schrijfopdracht: Zwerfkei
lopend van 1 augustus – 15 augustus.
Graag tekst begeleid door zelfgemaakte afbeelding.
Succes, veel plezier en tot gauw!
Wil je meer informatie over deze veertiendaagse schrijfopdracht:
Als ik trouw dan… – de pacifist
Het glas rinkelde hard.
Verschrikt keek Vader naar zijn vuist. Hij had geweld gebruikt in zijn eigen gezin.
Hij opende zijn hand en streek met de muis over zijn gezicht. God, vergeef me, mompelde hij. Ik wist niet wat ik deed.
Ingehouden gepruttel deed hem de eettafel rondkijken. Johan, Annie en Greetje keken hem beschaamd aan. De blosjes op hun gezichten konden de pretlichtjes in hun ogen niet verhullen.
Hij zocht steun bij zijn vrouw. Maar zij was er nog veel erger aan toe.
Ohhh…Jan, het spijt ons vreselijk…maar het was zo geestig, proestte zijn vrouw.
Alsof de kinderen daar op hadden gewacht ontplofte de een na de ander en het gelach was niet meer om aan te horen.
Hij schraapte zijn stoel naar achter en stond abrupt op. Hoog boven hen uit torend, wreef hij over zijn ogen en verliet de eetkamer.
Verbluft bleef zijn gezin achter.
Zo erg was dat toch niet, vroeg Annie?
Ik was niet eens bang, pochtte Johan.
Laat hem maar, probeerde hun moeder met haar normale stem. De lachkriebel zat haar nog dwars. Ze vond het echter niet gepast er aan toe te geven, nu haar man van slag was.
Wel erg hypocriet, want als ze eerlijk was tegenover zich zelf, zou ze nog lang niet uitgelachen zijn. Mededogen en eerlijkheid streden om de eerste rang. Dat was geen fijn gevoel. Ze voelde hoe haar borstkas kromp en haar ademhaling verstoord raakte.
Het was lastig altijd het goede te moeten doen. Als je niet wist wat het goede was.
Ze keek naar Greetje, die er wat bleekjes bij zat.
Wat is er meid, vroeg ze.
We waren gemeen, zei haar kleine meid.
Nee hoor, dat viel best mee, je vader is…, maar greetje onderbrak haar.
Als ik ooit trouw, mama, dan lijk ik niet op jou! Dat beloof ik…aan mijzelf.
De rest van de avond kauwde het gezin op de laatste woorden van zesjarig Greetje.
.
.
in het kader van schrijfveren: als ik trouw, dan...
als grondwater zwijgt
onder het oppervlak
van kabbelend diep tast ik
naar de grond hij/zij weet van niets
ik kijk me scheel in de vervorming
van wie ik zou moeten zijn
.
.
inspiratie: marius zijn mijmeringen
Rood was de kleur van liefde, ooit – deel 2
De rotzak.
Maanden had hij haar al in de tang. Ze voelde de afdrukken overal, in haar keel het meest. Maar wat te denken van haar borst en het hart eronder?
Dat ze een moeilijke vrouw was, dat wist ze. Maar ze was eerlijk en altijd toegankelijk voor hem. Had hij haar willen bereiken, haar willen raken op een lieflijke manier dan zou ze dat hebben gevoeld. Misschien had hij dat ook wel. Hoe kon ze zo zeker zijn dat hij het niet had geprobeerd. Hoe kon ze zeker zijn dat ze zo toegankelijk voor hem was. Kon zij zien wat hij zag? Nee…daar kon ze niet zeker van zijn.
Waar ze wel zeker van was, was dat hij geen duidelijke taal sprak. En dat hij nu communiceerde door middel van dreigementen. Paspoorten die in zakken werden gestoken, weekendtassen die werden ingepakt en kinderen die werden ingeladen in autostoeltjes. Zogenaamd op weg naar een binnen- of buitenspeeltuin.
De angst, de paniek waar zij mee achterbleef werd weggewuifd. Haar reacties na afloop overtrokken. Maar het dreigement was nog altijd daar. Uitgesproken in een taal die alleen moeders verstaan.
Rood was de kleur van liefde, ooit – deel 1
Het papier scheurde makkelijk.
Haar eigen hoofd vol geluid hoorde ze zelfs geen gekraak, toen één twee werd. Het geplastificeerde gedeelte van het europese reisdocument was veel meer een uitdaging. Ze liet het maar zo. Het ging tenslotte om het gebaar.
Toch wel geschrokken van wat ze had gedaan bleef ze met de gescheurde documenten in haar handen staan. Kon ze deze waardeloze papieren hier achterlaten op het nachtkastje?
Was dat niet wat al te provocerend? Ze moest ze verstoppen.
De moed, een paar ogenblikken terug nog haar arrogante metgezel gaf nu niet thuis.
Voor het eerst betreurde ze hun opgeruimde huis. Er was geen hoekje te vinden die zich lag te verkneukelen over zijn onzichtbaarheid. Geen dikke lagen stof of rommeldingetjes…hun nest was transparant. Het kwaad hoorde hier niet thuis.
Toch vond ze een plekje. Ze vouwde het stugge document in tweeen en schoof het tussen kledingkast en muur. Met haar wijsvinger prikte en duwde ze zover ze kon. Terwijl ze haar hoofd zo dicht mogelijk bij de grond bracht kon ze de rode kleur nog net zien. Wat haar vinger niet vermocht zou een kleinigheid betekenen voor een liniaal.
Ze stond op en liep na een korte inspectie van de slaapkamer naar beneden.
Hij was er niet. Waar hij ook was, het kon niet ver zijn.
Aapmens toont geen respect
Zondag, terwijl half nederland elders was
en de rest bij de open haard zat,
trotseerden Faf en ik uren bushalte nattigheid en twijfelachtigheid
wisten we een minuut voor de apenheulbus arriveerde nog niet of we niet
beter op onze schreden terug konden keren, koud, doorweekt, het wachten moe,
maar faf wist wat hij wilde en dat was in elk geval geen dagje hotelkamer
dus daar stapten we in, uitgekleed door de OV, want ben je niet in het bezit van de ovchipkaart, dan word je daar stevig voor aangepakt…heel subtiel…maar niet heus…
aangekomen waar we wensten te zijn, tegen beter weten in…bleek het voedertijd te zijn, we vielen dus met onze neus in de kroppen sla…
dicht bij eengepakt stonden we met onze medekoekeloerders de gorilla’s het eten uit hun mond te kijken…of ze dat leuk vonden, dat vroeg niemand zich af, ik heel even…maar niet genoeg om me in bescheidenheid terug te trekken
en toen…ach…was er dat ene aapje…en die ene moeder…en de schaamte was alom voelbaar…schaamte om zoveel ongepaste nieuwsgierigheid, het gebrek aan privacy die deze edele dieren van onze betalende bezoekers kregen…
rouwen ten overstaan van flitsende aapmensen…hoe eenzaam moet dat wel niet zijn?
Kon onze Bjorn zwemmen?
zullen we het ooit weten…?
Aan alle schrijfgrage bloggers!
Wie nog bijdragen heeft voor de schrijfopdracht STARTsein kan ze opsturen naar assykje@gmail.com
De sluitingsdatum is 31 juli.
Zowel nieuwe als extra bijdragen zijn welkom!
Hartelijke groet,
Assyke – vakantiegangster in het klein
Last minute dicht bij huis
Voor wonderen hoef je niet ver te lopen. Soms zitten ze verborgen in een last minute.
Mijn eigen kleine wonder van vlees en bloed weet nog van niets. Tenminste…hij dacht dat het niet doorging. Wat ook zo was aan het eind van de middag en toen hij naar bed ging. Als je elk dubbeltje omdraait is de grabbelton niet rijk gevuld.
Maar ach…wat is rijk…dat bepaal ik toch lekker zelf.
En ik voel me stinkend rijk met dit onverwachte buitenkansje: een paar dagen bijkomen met Faf in een bosrijk gebied. Genieten van de rust, kalmpjes de omgeving verkennen als Faf zich fit genoeg voelt en anders lekker in de buurt van het hotel samen kletsen en raadspelletjes doen…meer wenst hij niet eens als we alleen zijn.
Lieve Faf…het grote genieten komt er aan…!
Operatie napret
Ben nog niet helemaal wakker en barst van de koppijn. Maar het ergste is achter de rug.
Wat? Wat?
Wat voor de ene ouder een vanzelfsprekendheid is, gips, operaties en ander kinderlijk onheil, is voor deze ondergetekende een emotionele ramp. Waar blijf ik met mijn overbescherming op het moment dat de natuur zijn loopt neemt en mij als verstikkende moeder negeert?
Helemaal nergens zou je denken. Toch is dat niet zo. Het was een lange dag gister aan het ziekenhuisbed van Faf. Het begon met een hoop voorpret en dat maakte me al bezorgd. Had hij het wel goed begrepen, hij had de dvd keel en neusamandelen toch tientallen keren gezien, we hadden er een tig keer samen over gesproken. Hij wist dat het geen dagje uit was. Het feit alleen al, dat hij een kamer voor zich zelf kreeg boordevol speelgoed en loopauto´s was voor hem een negatie van alles wat er aan informatie aan vooraf was gegaan.
Ik ging voorzichtig mee in zijn pret, bedenkend dat die straks al veel te snel over zou zijn, dus het was hem meer dan gegund.
Het diploma dat hij naderhand kreeg had hij dubbel en dwars verdiend, al kreeg de lieve zuster geen zetpil naar binnen en wij geen druppeltje vocht. Zijn wil, al bijna wereldberoemd, bleef ook onder deze bijzondere omstandigheden stevig verankerd in zijn magere lichaampje. Maar de positieve instelling waarmee hij begon en de nieuwsgierige houding waarmee hij de operatiekamer binnenreed en nauwelijks leek te reageren op de narcose waren wel tien diploma´s waard.
Eenmaal thuis na het ziekenhuisavontuur die acht uren had geduurd begon een sisyfuskarwei van slokjes water die werden uitgespuugd, ijs dat smolt, maar niet in zijn mond…een nacht van waken of er geen helder rood bloed uit zijn gekwelde mondje kwam en toen was het weer ochtend.
Met hem gaat het nu stukken beter, sterker, hij vraagt op het moment dat ik dit schrijf om een aardbeienijsje.
Maar ik, moederouder, ben geradbraakt.



