Gedragsverandering…
Het gaat niet goed met mijn lieverd.
Maandag had ik zowel voor Sas als voor Fafa een oudergesprek op school. De leidster van de peuterspeelzaal was laaiend enthousiast over de vorderingen van de beweeglijke peuter. Hij is nu een van de oudste kindjes en volgens haar heeft dat een gunstige invloed gehad op zijn drukke gedrag. De big smile die met superlijm op zijn clownsgezichtje geplakt lijkt, heeft daar gelukkig niet onder geleden. Hij is nog net zo enthousiast als in het begin. Mijn vragen over zijn trage kleurbegrip en het feit dat donker consequent licht is en koud warm en dat hij dat met alle tegenstellingen doet…daar bleef ze me wel het antwoord op schuldig, maar ze zou er wat alerter op zijn.
Ik had dit gesprek om negen uur, meteen nadat ik hem naar binnen had gebracht en even met hem had gespeeld. Als ik me al ooit zorgen had gemaakt over zijn ontwikkeling dan waren die nu wel van tafel geveegd. Hij is een lief, vrolijk, ongecompliceerd en supersociaal wezentje.Wat mag een moederhart nog meer wensen?
Met een uitstekend ochtendhumeur nam ik afscheid van de lieve leidster en toog naar mijn kleine Sara, die thuis was gebleven onder de hoede van mijn moeder.
Om vijf uur hadden mijn man en ik een gesprek op de basisschool met de juf van Fafa. Ik was van te voren wat nerveus. Het ging de laatste weken thuis niet meer lekker met onze oudste en we wisten het niet meer. Dat het op school ook zorgwekkend was geworden wist ik niet.
We namen eerst zijn vordering door en die waren op zich goed, uitstekend zelfs, hij leek een inhaalslag te hebben gemaakt sinds de winter. Zittend in groep 2 was hij nu bezig met taakjes voor groep 3 en leerde hij schrijven, lezen en rekenen. Zijn peutertijd had hij duidelijk achter zich gelaten en was hij zich aan het realiseren dat je op school ook heel veel andere leuke dingen kunt doen, namelijk nieuwe dingen leren.
En toen sloeg de juf de rapportenmap dicht en keek ons aarzelend aan.
Ze maakte zich zorgen om Faf. Hij was heel erg veranderd. Van het vrolijke fladderige en sociale energieke jongetje was weinig meer over. Hij was stilletjes, trok zich terug en had een timide houding vooral in de eerste helft van de schooldag.Of wij een vermoeden hadden wat er speelde?
Het was een vraag die ik mee naar huis nam en mee de nachten in…
Dorstige impulsen
Je mag ze niet tellen.
Dat levert namelijk geheid hoongelach op uit de lucratieve hoek waar de atkins, de montignacs en de bakkers exclusief genieten onder een stralende michelinhemel. Ik hou er niet van om uitgelachen te worden en al helemaal niet door zulke deftige lui, al stond het tellen me vaker nader dan het lachen.
En zo kon het gebeuren dat kilo´s aanvlogen, zonder dat ze bijtijds weer werden teruggezonden naar waar ze thuis horen. En waar dat dan ook maar moge zijn, dat is in elk geval niet op mijn weegschaal!
Maar nu ik vandaag voor het eerst sinds elf jaar opnieuw een fitnesszaal betrad en dertig dappere minuten doorbracht op een zadel, kilometers verslindend terwijl het uitzicht nauwelijks veranderde vond ik dat ik wel recht had op een beetje eigenzinnigheid. Stram en rillend van de kou liep ik door het park terug naar huis, terecht zwaar afgestraft voor de minimale bagage die ik bij mij had. In mijn handen bungelden mijn ouwe nike´s (zijn dat echte Nike´s, mama????) en verder droeg ik enkel mijn eigen kilo´s. Op de fiets had ik een collega trainer naast mij. Het eerste wat mijn opviel was haar flesje water. Het tweede haar handdoek. Ritmisch vloekend overtuigde ik mij zelf er van dat ze vast meer heerlijkheden bij zich had, in de vorm van een flacon douchegel…of…wie weet wat een slimme sportvrouw allemaal in haar canvas fitness tas meesjouwt.
Toen de eerste hoestkriebel omhoog kwam, nam ik me voor om naast tokkisch gezwoeg ook keihard te gaan tellen in de oude rekenmaat genaamd kilojoules.
Fiets+minder joules=slank
Spil
vergeef ik been en voet
die voor jou lopen
streel ik strottenhoofd
voor geschonken noten
verloren als jij vraagt
Culinaire hondsdag
Ben een kluizenaar. Gedeeltelijk genetisch en gedeeltelijk door een curieuze jeugd.
Ik trek me het allerliefst terug in een onbekend hoekje om een boek te lezen. Cosy hoeft dat hoekje niet te zijn, wel stil en verlaten.
Zo kon ik in vroegere tijden uren in bad doorbrengen. Massa´s paperbacks zijn daar niet blij mee geweest en zullen me vast vervloekt hebben vanwege deze onhebbelijkheid.
Maar een mens zit raar in elkaar.
Want wat sta ik op deze -kalendrisch gesproken- veel te vroege hondsdag in de broeikas van onze keuken te doen?
Jahoor…terwijl het water over mijn ruggegraat loopt en mijn jurk doorweekt en terwijl ik een doosje kruidvat paracetamols verschalk, rijst elk half uur een en dezelde vraag op: moest ik nou perse vanochtend onverwacht mensen uitnodigen voor een diner transpirant?
Tsja…want ondanks mijn ingebakken en inmiddels doorgebakken kluizenaarsschap hou ik hartstochtelijk veel van mensen.
Zucht…
Feniks…
Mammie.
De sterke onvermoeibare vrouw die mij altijd bijgestaan heeft met haar energie, vanaf de dag dat ik op kamers ging wonen. Toen ik kinderen kreeg vertienvoudigde ze haar moederinzet en was oma in het kwadraat.
Altijd kon ik op haar rekenen en zal dat nu ook nog heel vaak kunnen.
Alleen…is deze onverwoestbare vrouwspersoon in een krap een jaar tijd verschrompeld tot een hulpbehoevend wijfje.
Afgezien van mij heeft ze niemand, een zoon die uitsluitend met zichzelf bezig is niet meegerekend.
En dus had ik haar aangeboden de zware huishoudelijke klusjes te doen. Schoorvoetend zoals alleen zij dat kan nam ze mijn aanbod aan, al was dat pas na een fikse woordenwisseling, want zo moeilijk vindt ze het blijkbaar om hulp aan te nemen van haar enige dochter.
Wat schetst mijn verbazing, zo afschuwelijk ik het ook vind om in mijn eigen huis het huishouden te doen, vind het een uitdaging bij een ander. Zoef zoef en een hele bovenverdieping is gezogen en geen zucht die mij ontsnapt. Mijn moeder die mij als geen ander kent…is eindelijk overtuigd dat het misschien helemaal niet zo´n slecht idee was.
Bjorn is hier geweest met vrienden.
Het was toch niet te geloven!
Voor de tiende keer die avond ging de bel. Ook nu besloot ze niet open te doen.
Vanachter de versleten vitrages gluurde ze naar beneden. Dat was lastig. Wie daar aan de deur stond zou pas zichtbaar zijn als hij het op zou geven en weg zou gaan en dan zag ze hem of haar op de rug. Ook nu zou een lantaarn van onschatbare waarde zijn geweest.
Een leven lang had ze door gebracht in niet weten. Die onwetendheid was haar schild, haar vertrouwde beschermheer tegen de wildernis buiten de voordeur.
Maar vanavond…had ze het gevoel dat haar beschermheer zich tegen haar keerde.
De bel ging nog een keer en nog een keer en nog een keer. Er liep niemand weg en er was geen rug die haar opzadelde met een raadsel. Ze liep langzaam achteruit en liet zich vallen op de enige fauteuil die in de kamer stond. De stoel stond dicht bij het raam zodat het leven niet helemaal aan haar voorbij hoefde te gaan. In het donker tastte ze naar de rozenkrans…ze tastte mis en vond hem niet. Hij moest gevallen zijn toen de bel voor de eerste keer ging. Ze had beslist geen slecht geweten, maar ze moest toegeven verschrikkelijk geschrokken te zijn van dat vreemde en plotselinge geluid.
Had ze niet altijd al geweten dat het op een dag zou gebeuren.
Dat de bel zou gaan?
.
inspiratie: Halbe en Bjorn zijn nooit vrienden geworden
donker zelf
blijf ik waar ik ben
in mijn eigen huis
waaruit geen vertrek
verlichting geeft
waar de ramen gekierd
gesloten zijn
waar mos welig tiert
in dichtgeslibte aderen?
Op zoek naar waardigheid
In de meeste gevallen van discriminatie is het slachtoffer dader en de dader slachtoffer.
Degene die discrimineert is iemand die medelijden opwekt, al is dat medelijden besmet met verachting.
Iemands zelfbeeld kan immers niet al te helder en vrolijk makend zijn als de behoefte zo groot is, de onbekende Ander zijn menselijke recht op respect te ontnemen. Meelijwekkend dus en je kan alleen maar hopen dat dat zelfbeeld mooier wordt. Dat is prettig voor hem en voor de onbekende Ander die zichzelf weer mag zijn.
Degene die wordt gediscrimineerd is ook niet altijd vrij van “schuld”. In het onschuldigste geval lijdt ook hij aan een minderwaardigheidsgevoel en komt die minderwaardigheid tot uiting in zijn houding en ongepaste nederigheid. Onze menselijke natuur is een dierlijke, degene die zich nederig opstelt zal een statusverlagende positie in de groep krijgen. En met een lage status loop je grote kans vernederd en of over het hoofd gezien te worden.
Latente gevoelens van minderwaardigheid kunnen echter een offensieve houding oproepen. Een houding die eerder arrogant en provocerend is dan verlegen en onzeker. Als die provocaties worden overdreven kan de hele groep, waar hij toebehoort, worden afgestraft door discriminatoire maatregelen.
Wat ik probeer duidelijk te maken en waarschijnlijk is dat niet gelukt, is dat discriminatie of xenofobie een maatschappelijk probleem is, een probleem die opgelost moet worden aan beide kanten van het kwaad.
Vroeger zeiden onze ouders tegen ons, waar twee ruzie hebben, hebben er ook twee schuld.
Een wijsheid die meegenomen kan worden als we volwassen worden en het nog altijd niet begrepen hebben.
bibberen in klikkerstenue
Morgen heb ik de kans iets af te sluiten.
Een laatste gesprek, al zal het vooral een confrontatie zijn.
Zal ik de beslissing om het wel of niet af te sluiten laten afhangen van hoe het morgen loopt?
Van de houding van mijn gesprekspartner, van de gesproken maar vooral de onuitgesproken woorden die over en weer zullen gaan, van haar naar mij en weer terug. Van de aan of afwezigheid van angstzweet bij haar of bij mij. En wellicht vooral van het afscheid?
Ik denk het wel. Aan de andere kant gun ik haar op dit moment mijn toekomstige vergevingsbereidheid niet.
De laatste keer dat ze een kans had om het met mij uit te spreken heeft ze iemand anders gestuurd om het voor haar op te nemen. Was ik met een open gemoed naar die afspraak gegaan in de wetenschap dat ook zij maar een mens was. De onverwachte en niet door haar aangekondigde afwezigheid heeft me laaiend gemaakt. Het gesprek dat bedoeld was om de lucht te zuiveren en met een schone lei te beginnen voelde opnieuw aan als laf verraad. Voor de tweede keer in twee maanden tijd had ze me in mijn rug geschopt en kon ik haar gezicht niet zien. Haar vervangers -want er kwam nog meer versterking in de vorm van een collega- deden alsof het de gewoonste zaak van de wereld was dat zij verstek had laten gaan. Toen we uit elkaar gingen gaf ik aan dat wat mij betreft dit samenkomen zinloos is geweest en dat ik aandrong op een gesprek van vrouw tot vrouw. Als ik dat nou echt perse wilde en ze lieten het klinken alsof ik wel heel erg moeilijk deed, zouden ze haar vragen mij te bellen voor een afspraak.
Zij die beweert mij nog nooit gezien te hebben en het toch bijna voor elkaar kreeg mijn leven en ons gezin met een bemoeizuchtig en laf telefoontje te verwoesten belde me inderdaad een paar dagen later op. Ze klonk bibberig aan de telefoon.
Waarom ze zo nerveus lijkt heeft me sindsdien beziggehouden. Ik denk morgen het antwoord te vinden als ze bij het handen schudden moet toegeven mij wel eerder te hebben ontmoet en zelfs uitgebreid gesproken.
En ik…gun ik ons de goedkope rust of ga ik onderzoeken of er juridische stappen tegen deze vrouw en haar werkgever, het Consultatieburo kan worden ondernomen?
Dit wordt een lange lange nacht…


